dinsdag 3 mei 2016

Hoe zou het zijn als journalisten weer feitelijk zouden publiceren?

Op Wikepedia lees ik: 'Een journalist(e) is een beroepsbeoefenaar die nieuwsfeiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang, die deze feiten onderzoekt of analyseert en daarover publiceert in een actueel (nieuws)medium. Dan bestaan er tegenwoordig nog maar weinig journalisten. Dagelijks verbaas ik me weer over schreeuwerige teksten die niets met feiten te maken hebben. Wat wel? ik weet het niet of het gemak is, ondeskundigheid of alleen maar snel scoren door een hoog bereik. Misschien is dat ook niet zo belangrijk. Wat wel? Dat journalisten feiten en meningen (weer gaan) onderscheiden.

Vorige week las ik deze NOS-kop 'rode wijn en karnemelk zijn goed voor onze darmflora'. Joepie we mogen dus onbeperkt aan de rode wijn? Of toch niet? Nee helaas, er zijn 69 factoren gevonden die slechts 7% van de variatie in onze darmflora verklaren. De kop zet mensen, die uiteraard graag lezen dat rode wijn goed is, op het verkeerde been. Ook is onduidelijk wat de informatie over muizen in dit artikel doet. Onderzoek bij dieren zegt immers niets over mensen. Het zou handig zijn als de NOS zich bewust is van hun verantwoordelijkheid en koppen maakt die de lading dekt.

Van het weekend werd massaal dit artikel van deVolkskrant gedeeld. Het Voedingscentrum omarmt echter de vinkjes zoals ze nu gebruikt worden helemaal niet. Och waarom zou je dat ook checken als je dat schrijft? En dat groepje mensen die p-waardes boeiend vinden kunnen die gewoon vragen. Het is juist de kunst die mensen te bereiken die geen flauw benul hebben wat dat is. En die gaan ook geen betere keuzes maken door ze lastig te vallen met 'nerderige' teksten. Bij het Voedingscentrum hebben juist de nerds dit vertaald naar begrijpelijke zinnen voor de doelgroep waarvoor ze bestaan.

Afgelopen weken werden door journalisten zoals gewoonlijk dagelijks posten gemaakt over meldingen van Foodwatch. Onder andere de posten over minerale olie die oneindig wordt gedeeld. Voor gezond zijn er vele issues die veel belangrijker zijn en die geen aandacht krijgen. Als journalist zou je toch in staat moeten zijn om eerst te checken of dat wat je deelt inhoudelijk juist is. Voedselveiligheid is een complex vak dat lastig is om te beoordelen als je geen scheikundige bent. Dat hoef je ook niet zelf te doen, maar zorg dat je netwerk op orde is. Er zijn veel scheikundigen die graag uitleggen hoe iets werkt. Nog een andere tip: als een instantie altijd overal tegen is dan is het toch niet zo moeilijk om te begrijpen dat dit geen informatie is maar effectbejag. Dit zou basiskennis moeten zijn voor een journalist. En het zou nog fijner zijn als politici dit ook (willen) begrijpen.

Een paar maanden geleden meldde de Consumentenbond 'weg met het Vinkje.' Er vond mede naar aanleiding hiervan een debat plaats over het Vinkje. Hoe meer hysterie hoe beter leek wel. Maar voor zover ik weet was er geen medium die onderzocht waarom de Consumentenbond dit onderwerp zo nauw aan het hart lag. Nou, 'gewoon' omdat dat hen geld kost. Is dat niet raar dat geen enkele journalist dit opmerkte. Zelf probeer ik altijd de argumenten voor en tegen te bespreken, zodat mensen zelf hun keuzes kunnen maken op basis van deze informatie. Zou dat niet fijn zijn als journalisten die daarvoor betaald worden dat ook weer gaan doen?

En nog een tip van mij als voedingsdocent. Consumenten begrijpen steeds minder van voeding. Wat zou het fijn zijn als journalisten zich dit aan zouden trekken en eens wat zorgvuldiger met hun lezers om zouden gaan. Je doelgroep bestaat niet alleen uit een paar 'Rensen', maar vooral uit Henk en Ingrid.

maandag 2 mei 2016

Hoe zou het zijn als Foodwatch er voor consumenten zou zijn?

Vorige week was ik uitgenodigd bij Spreek Smakelijk*, waar mede de top van de industrie aanwezig was. Je zou verwachten dat Foodwatch net als ik die kans ook aan zou grijpen, maar weer waren ze niet aanwezig. 21 april bij het debat over het Vinkje waren ze er ook al niet. 

Als je niet aanwezig durft te zijn lijkt het mij logisch dat je over zo'n debat ook geen posten gaat delen. Maar Foodwatch doet dat tot mijn verwondering wel. Meningen delen, zonder dat je daar een discussie over durft te voeren. Wie heeft daar nu wat aan?

Kritisch zijn is prima! Maar wie stelt, moet bewijzen. Als je vragen stelt aan Foodwatch waar ze hun posten op baseren, krijg je nooit een inhoudelijke reactie. Daarmee schenden ze dus de meest fundamentele argumentatieregels. Als je geen onderbouwing hebt dan moet je woorden intrekken. Ingewikkelder is het niet.

Maar voor Foodwatch is dat wel lastig. Ze snappen hoe je aandacht kunt krijgen, maar niet hoe je ook iets kunt bereiken. Daarvoor zijn in ieder geval twee aspecten van belang:
  • Kennis van zaken: op een opleiding sociologie leer je geen basiskennis over voedselveiligheid 
  • Een respectvolle verstandhouding met groeperingen waarbij je iets wil bereiken
Geen van beide aspecten zijn aanwezig bij Foodwatch. Je kunt ze daarom ook niet kwalijk nemen dat ze daadwerkelijk niets bereiken. Dat doe ik ook niet. Maar wat ik ze wel aanreken is dat ze consumenten keer op keer bang maken met informatie die kant nog wal raakt. Als ze zich daadwerkelijk bezorgd zouden maken over de gezondheid van consumenten dan zouden ze samenwerken met inhoudsdeskundigen, net zoals ik dat soms doe. En inhoudelijke gesprekken voeren met de industrie. Nu is het uitsluitend een negatief clubje dat graag aandacht krijgt. En dat lukt ze omdat consumenten niet weten dat wat ze communiceren onjuist is. Nee sterker nog, ook journalisten en politici huppelen vrolijk achter dit clubje aan omdat sommige mensen als hobby hebben om 'tegen de industrie' te zijn. Dat kan als je dat leuk vindt. Maar ik begrijp oprecht niet wat je met zo'n houding denkt te bereiken.

Zelf maak ik me hard voor juiste informatie aan consumenten. Zo kennen bedrijven mij! Door de rectificatie van de Allerhande en het stopzetten van de campagne van Appelsientje. Maar ik ben niet tegen wie dan ook, maar VOOR juiste informatie. Ik ben dus ook niet tegen Foodwatch. Ik wil ze echter wel adviseren aan de slag te gaan met bovengenoemde aspecten. Mogelijk worden hun acties dan ook effectief in plaats van alleen opvallend. Als dat zo is, zal ik daar graag aandacht aan besteden.

Toelichting communicatie met Foodwatch op Facebook vorige week
Mei 2015 schreef ik deze post over Foodwatch. Een fout maken kan iedereen overkomen, maar als je daar geen verantwoordelijkheid voor neemt dan is dat zorgwekkend. Zeker als je veel volgers hebt die zelf niet nadenken over voeding, maar aannemen wat je schrijft. De directeur van Foodwatch nodigde me vorig jaar per mail uit om kennis te maken. Ik reageerde daarop dat ik geen tijd had om naar hen te komen, maar dat ze van harte welkom waren. Bijna een jaar later is er door Foodwatch nog steeds geen datum geprikt wanneer ze langs willen komen. Om een of andere reden verwachten zij dat ik naar hen kom. Ik word heel vaak benaderd door mensen die mij willen spreken. Daar ga ik zo goed als altijd op in. Maar mensen die dat voorstellen komen wel naar mij. Dat lijkt me ook vanzelfsprekend. Ik moet eerlijk zeggen dat ik voorlopig geen behoefte meer heb aan een gesprek met Foodwatch.

* ik zal hier een apart blog over schrijven

maandag 18 april 2016

Suikervrij drinken: wat is dat?

Ik lees onderstaande post over zogenaamd suikervrij drinken. Dit is precies de reden waarom ik samen met Ralf Hartemink (opleidingsdirecteur van alle food-opleidingen van Wageningen Universiteit en directeur Stichting Food-Info) 17 mei in Wageningen een presentatie geef met goed onderbouwde informatie over suiker. Aanmelden kan hier.


Water en thee (zonder suiker) zijn prima suggesties. Maar vruchtensap en diksap zijn uiteraard niet suikervrij. Appelsap bevat tot 12 % suiker, dat is meer dan Cola! In diksap zit ook rond de 12-15% suiker. En dat is voor het lichaam exact hetzelfde als suiker uit bieten of suikerriet.

Op een rijtje de suikergehaltes van enkele frisdranken

Drank
Suiker per 100 gram
Cola
10,4
7up, sprite, bitterlemon
10,1
Sinas, cassis
11,0
Tonic
  9,1
Appelsap
11,4
Druivensap
15,7
Sinaasappelsap versgeperst
10,4

Uit deze tabel blijkt dat het adviseren van vruchtensap geen suikervrij advies is. Wat jammer dat iemand die adviezen geeft dat zelf niet even checkt in de NEVO-tabel. Een kleine moeite en een heel groot plezier voor de consument. Overigens is het ook zo dat in het kader van de nieuwe richtlijnen niet voor niets vruchtensap en groentesap worden ontraden.

Bier en wijn adviseren als alternatief om te drinken is ronduit bizar. En ook dat is niet in lijn met de richtlijnen. En ook zeker niet met je gezondheid. Alcohol heeft aantoonbaar meer schadelijke effecten voor je gezondheid dan suiker. En nee, dit is geen aanbeveling om onbeperkt suiker te gebruiken. Voor de meeste mensen is het een goed advies suiker te beperken. En niet alleen de suiker in frisdrank maar ook in vruchtensap en diksap.

Vanaf augustus zijn er speciaal getrainde gewichtsconsulenten die jou kunnen helpen met het verstandig omgaan met suiker. Uiteraard op basis van wetenschappelijk onderbouwde informatie.

zondag 17 april 2016

Zou de intentie van Consumentenbond net zo goed zijn als van t Vinkje?

Komende donderdag 21 april is er een debat over het Vinkje. Eerder schreef de Consumentenbond Weg met het Vinkje.

Vorige week liep ik bij AH en werd daar in een groot display Peijnenburg Zero gepromoot als gezond tussendoortje met de tekst 'best getest door de Consumentenbond'. Apart want een paar maanden geleden las ik een post van Martijn Katan dat de vezels in Peijnenburg Zero weinig nut hebben. In een post van 25 februari op Facebook schrijft Martijn 'Bacteriën groeien goed op sommige soorten onverteerbare koolhydraten en op andere soorten niet. Op vezel uit tarwe, groenten en fruit groeien ze goed; tien gram van dat soort vezel produceert 50 gram extra poep per dag. Daarentegen levert 10 gram oligofructose (‘prebiotica') maar vijf gram extra poep op. Dat helpt dus niet tegen verstopping of harde ontlasting.' Hoe kan een product dat mensen op het verkeerde been zet van de Consumentenbond 'best getest' krijgen? Ik vroeg dat aan de persvoorlichter. Ze stuurde me het testrapport waarin staat dat ze ondermeer hoog scoren op vezels. Maar als die vezels weinig effect hebben is dat raar. Dan zouden ze zelfs een extra opmerkingen verdienen dat ze de consument niet juist informeren. Het is wel zo dat het product minder calorieën bevat en dat is zinvol. Overigens zei de persvoorlichter ook dat een discussie over het gebruik van 'best getest' kritisch zal worden bekeken. Dat lijkt me goed. Hoe goed het wellicht ook is bedoeld, zo'n oordeel is erg subjectief en het is dus moeilijk vast te stellen hoe onafhankelijk het oordeel is.

Zo'n staatje met gezonde tussendoortjes in combinatie met een genuanceerd verhaal is voor consumenten handig. Verwijt ik de Consumentenbond nu iets? Nou nee, een onderzoeker heeft iets over het hoofd gezien. Jammer, maar dat kan gebeuren. Ook denk ik niet dat de Consumentenbond dit schreef omdat ze hiervoor door Peijnenburg werden betaald*. Mijn advies zou wel zijn om dit in een volgend nummer te corrigeren.

We hebben voeding zo moeilijk gemaakt dat zelfs deskundigen zoals een onderzoeker bij de Consumentenbond niet meer weet wat de beste keuze is. Dat is onbewerkt, gevarieerd, meer plantaardig en niet te veel. De conclusie zou dan kunnen zijn 'weg met de 'Unilevers' van deze wereld' die allemaal producten maken met Vinkjes die niet voldoen aan het criterium 'zo onbewerkt mogelijk'. Maar dan snap je echt niet hoe de wereld in elkaar zit. Veel mensen hebben geen zin om te koken. Dat kun je raar vinden, maar dat is wel de realiteit. Als je van dat gegeven uitgaat is het dus handig om samen betere producten te maken. Ook de industrie, hoeveel kennis ze zelf ook hebben, is gebaat bij input om producten gezonder te maken. En ja, ze willen geld verdienen maar tegelijkertijd willen ze ook gezonde(re) producten. Dat biedt een kans!

Eerlijk is eerlijk,ik ben ook niet heel enthousiast over het Vinkje en daar schreef ik ook al eerder over.   Het blauwe Vinkje dat staat op niet-basis producten kan wat mij betreft sowieso weg. Aanvankelijk wilde ik zelf ook niet naar dit debat gaan. Maar ik vond niet dat ik steeds kritiek kon geven als ik niet de moeite nam zelf aan deze discussie deel te nemen. Er is namelijk wel degelijk een gezamenlijk belang en dat is 'hoe zorgen we dat Nederland gezonder wordt'. Hoe zou het zijn als iedereen de discussie in zou gaan met deze intentie? Het helpt om niet bij voorbaat de integriteit van anderen in twijfel te trekken.

Wat willen we en kunnen we samen bereiken om Nederlander gezonder te laten eten?

PS Ik schrijf deze blog niet op verzoek van wie dan ook. Ik blijf ook zeker heel kritisch deelnemen aan de discussie. Maar mijn persoonlijke ervaring is dat je weinig bereikt met alleen 'tegen' zijn, omdat dan niet meer naar elkaars standpunten wordt geluisterd. En het kan zo maar zijn dat 'tegenstanders' hele goede argumenten hebben waar je iets mee kunt bereiken.

*Aanvulling
Ik krijg een reactie van meerdere mensen dat de predicaten van de Consumentenbond ze geld oplevert. Mij was dat onbekend. Dat maakt voor mij de onhankelijkheid toch echt minder.

vrijdag 15 april 2016

Tip: het helpt als je een wetenschappelijk artikel leest

Nu ik iets meer tijd heb, neem ik meer de tijd om wetenschappelijke artikelen te lezen waar naar verwezen wordt. Het valt op dat populaire blogs vaak verwijzen naar een wetenschappelijk artikel, want dan lijkt het blog serieuzer. Dat kan zeker zo zijn, maar niet als blijkt dat artikelen maar half of niet zijn gelezen. Dan is het meer bedoeld om een mening te versterken in plaats van als een onderbouwing. En eerlijk is eerlijk: in het verleden deed ik dit zelf ook wel eens omdat ik eigenlijk niet goed wist hoe ik een artikel kritisch kon lezen. Ik begrijp nu ook goed dat dat irritatie opwekte bij diegene die het artikel wel hadden gelezen en nog belangrijker begrepen hadden.

Ik ken ook de andere kant toen ik zelf nog geen onderzoek kon lezen. Ik wilde mijn visie graag delen, maar dat lukte vaak niet omdat ik niet dezelfde woorden en nuance had dan wetenschappers. Maar ik dacht dat ik wel iets zinvols te zeggen had. Dat botste regelmatig en dat vond ik toen heel vervelend. Mede daarom ben ik mijn master klinische epidemiologie gaan doen. Langzamerhand leerde ik die nuance zelf ook en kreeg ik meer respect voor de wetenschappelijke standpunten. En zoals dat dan gaat: respect tonen levert ook respect op. We gingen steeds beter naar elkaar luisteren en hadden vertrouwen in elkaars positieve intentie. Dat betekent niet per definitie dat we het volledig met elkaar eens zijn. Dat hoeft ook niet. Een paar weken geleden zei iemand nog 'jij moet kritisch blijven, daar leren wij veel van'.

Terug naar een aantal praktijkvoorbeelden. Al weer 1,5 jaar geleden las ik het boek Superfood van Jesse van der Velde. In het boek staan per superfood een aantal bronnen vermeld. De tekst eronder gaat echter niet over die bronnen die vermeld staan maar is slechts een mening van Jesse. Ik vind dat onacceptabel. Een mening is natuurlijk prima maar als je die bron noemt, leg je wel eerst uit wat erin die bron staat.

De afgelopen weken werd er door veel mensen die zelf vaak een eigen theorie verzinnen geschreven dat het Voedingscentrum maar wat verzint. Dat is natuurlijk niet zo! Het Voedingscentrum baseert zich op de adviezen gezonde voeding 2015 van de Gezondheidsraad samen met bestaande normen voor voedingsstoffen. Ook dit laatste heeft het Voedingscentrum niet zelf verzonnen. Het is een beetje raar dat dat steeds maar gezegd wordt. Dan wek je niet de indruk dat je de medewerkers van het Voedingscentrum als gesprekspartner respecteert. Als je elkaar niet respecteert komt er dus sowieso geen discussie is mijn ervaring. En het helpt ook niet als de ene partij zich baseert op wetenschappelijke artikelen en de andere partij leunt op een eigen mening. Het Voedingscentrum zal nooit gaan adviseren op basis van persoonlijke ideeën. Mensen die dat geloven snappen echt niet hoe het proces werkt. Betekent dat dat het Voedingscentrum per definitie voor altijd gelijk heeft? Nee, natuurlijk niet en dat weten ze zelf ook. Ze baseren zich op het best beschikbare bewijs van dit moment. Wetenschappelijk onderzoek naar voeding is lastig omdat er veel factoren meespelen. Het meeste onderzoek wordt uitgevoerd in Amerika, maar voeding in Amerika is niet altijd exact hetzelfde in Nederland en mogelijk geeft het onderzoek dan eigenlijk een minder goede conclusie voor de Nederlandse situatie. En dan roep ik als advocaat van de duivel ook nog eens: niemand is 100% onafhankelijk, iedereen heeft een bias: ik ook! Dit kan (ook onbedoeld) adviezen beïnvloeden. En ik zie geen reden waarom het Voedingscentrum zich meer laat beïnvloeden dan andere mensen.

De afgelopen week zag ik voorbeelden dat mensen onderzoek al dan niet bewust gebruiken om hun punt te verdedigen. Maar dat onderzoek werd suggestief gebruikt. Zo las ik een post over het gebruik van margarine en halvarine waarin de zin stond 'recent onderzoek laat bovendien zien dat margarine en andere plantaardige vetten uit de voedingsindustrie de schadelijke stof 3-MCPD bevatten.' Nu.nl is sowieso geen goede bron om naar te verwijzen. Zij geven er steeds opnieuw weer blijk van dat ze werkelijk geen idee hebben hoe ze onderzoek kunnen interpreteren. Het Voedingscentrum schreef een blog wat het RIVM exact onderzocht. Eenvoudig samengevat: het probleem is soms dat een groep een norm wel kan overschrijden, maar is de norm heel erg voorzichtig gesteld. Is er dan een probleem of niet? In dit geval is het ook om andere redenen beter om de producten waar palmolie in is verwerkt niet te nemen. En bij deze scenario's kwam een groot deel uit sauzen en koekjes. Het is dus wat vreemd om die 3-MCPD te gebruiken als reden om roomboter te adviseren. Ik adviseer en eet zelf roomboter. Maar ik begrijp niet waarom je daarvoor margarine en halvarine zonder goede onderbouwing in een kwaad daglicht zet. Daarmee maak je punt niet sterker, maar juist zwakker.

Regelmatig lees ik posten als 'ook dit fantastische onderzoek laat zien dat......'. Alleen onderzoek verspreiden dat je eigen mening weergeeft heeft echt niets met wetenschap te maken. Integendeel, wetenschap weegt alle onderzoeken: dus zowel de onderzoeken die je mening vertegenwoordigen als de onderzoeken die dat niet doen.

Ook kwam deze week eindeloos dit onderzoek langs van BMJ. Het vervangen van verzadigd vet door plantaardige olie, rijk aan linolzuur, verlaagt weliswaar het cholesterolgehalte, maar is niet van invloed op het risico op hart- en vaatziekten of sterfte. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat het verlagen van cholesterol geen zinvolle actie is om hart- en vaatziekten te voorkomen. Maar het lijkt er overigens op dat weinig mensen hebben gekeken naar de opzet van het onderzoek. Ruim 9.000 mensen uit psychiatrische ziekenhuizen en een verpleegtehuis werden in twee groepen gedeeld. Het is maar de vraag of psychiatrische patiënten (o.a. door ziekte en medicatiegebruik) een goede afspiegeling zijn van een gezonde populatie. Er is geen informatie bekend over rook- en drinkgedrag. In de interventiegroep werd verzadigd vet vervangen door linolzuur. De controlegroep at veel verzadigd vet. Er is geen rekening gehouden met de inname van omega 3. Slechts een kwart van de deelnemers volgden het voedingspatroon meer dan een jaar. Een periode van een jaar is te kort om conclusies te kunnen trekken over sterfte en hart- en vaatziekten. Er is dus daarom geen reden om aan te nemen dat op basis van dit onderzoek adviezen aangepast zouden moeten worden. Uit deze meta-analyse van observationele studies blijkt dat het effect van verzadigd vet aan hart- en vaatziekten zwak is. Uit deze Cochrane-review blijkt echter dat het vervangen van verzadigd vet wel zinvol kan zijn voor het voorkomen van hart- en vaatziekten. Het lijkt erom te gaan waardoor je verzadigd vet vervangt. Het vervangen door meervoudig verzadigde vetten is een goede keuze. Het vervangen door suiker echter niet.

Over verzadigd vet is het laatste woord vast nog niet gezegd. Wellicht is het handig te beseffen dat voedingsadviezen van een Gezondheidsraad en Voedingscentrum gericht zijn op een algemene bevolking die helaas zoals blijkt uit de Voedsel Consumptie Peiling niet erg gezond eet. Voor die groep mensen zou het best zo kunnen zijn dat ze (veel) te veel verzadigd vet binnen krijgen en dat is niet handig voor hun gezondheid. Dat is een andere groep mensen dan de groep mensen die zeer actief met hun gezondheid bezig is. Voor hen past dat beetje (!) roomboter en volle melkproducten prima in hun hele voedingspatroon. Voeding is maatwerk, maar dat betekent niet dat we als profs ons verstand niet meer moeten gebruiken ;). En nee, daar bedoel ik juist niet mee dat elke prof zich af gaat zetten tegen adviezen, maar de klant helpt de algemene adviezen te vertalen naar adviezen die passen bij het voedingspatroon van die bewuste klant.

Wat opvalt is dat hoe minder mensen weten van fysiologie en onderzoek hoe minder ze twijfelen. Ze geven dan adviezen met een stelligheid die meer gebaseerd is op een mening dan op feiten. Als je niet weet hoe je onderzoek leest is het verstandiger daar ook niets over te schrijven. Als ieder nu doet waar hij/zij goed in is wordt het voor de consument eenvoudiger. We zouden ons samen harder moeten maken voor een helder goed onderbouwd verhaal naar de consument. En dat doe je niet door onjuist over beschikbaar onderzoek te schrijven omdat je het niet leest of niet snapt. En ook niet door elkaar belachelijk te maken. Ik heb het afgelopen jaar niet alleen geleerd onderzoek goed te beoordelen maar ook met respect met elkaar te communiceren. En ik kan je uit persoonlijke ervaring zeggen dat je op deze manier veel meer invloed uit kunt oefenen dan op de wijze zoals ik dat voorheen deed.