maandag 23 mei 2016

Hoe staat suiker op het etiket?

Suiker, het wordt de consument steeds moeilijke gemaakt door 'suikermeisjes' die geen flauw idee hebben waar ze het over hebben en mensen daardoor in verwarring brengen. Ze schrijven 'Het kan dus echt mensen, gezond en suikervrij eten' bij dit plaatje waarop je op de eieren na alleen maar koolhydraten ziet die afgebroken worden in glucose en door je lichaam als suiker worden opgenomen.



Ja dat geldt ook voor dadels! Iemand die mee doet aan suikervrije weken vraagt of hij dan ook dadels en vijgen beter kan laten liggen. Het 'suikermeisje' antwoordt dat dat niet nodig is. Werkelijk, verse dadels bevatten ruim 30 gram suikers (mono- en disachariden) per 100 gram, voor vijgen is dit net iets minder dan 20 gram suikers (mono- en disachariden) per 100 gram. Dat is dus zeker niet suikervrij. Sterker nog frisdrank bevat per 100 ml ca. 10 gram mono- en disachariden. Deze zelfde meisjes maken zich uiterst bezorgd over de hoeveelheid suikers die in tomatenketchup zit, maar daar gebruik je minder van. Als je zegt ergens expert in te zijn, is het wel handig dat wat je meldt ook checkt. 

Terug naar het etiket. Dit weekend werd veelvuldig deze post gedeeld waarin in gezegd wordt dat in Amerika op het etiket voortaan het vermelden van de hoeveelheid toegevoegde suikers verplicht zijn. Deze post is gebaseerd op deze oorspronkelijke post. Een paar maanden geleden toen ik minder van suiker wist dacht ik ook nog dat het zinvol was om de toegevoegde suiker op het etiket te zetten. Nu weet ik beter. In Nederland (Europa) zie je de suikers terug op het etiket bij ingrediënten en bij voedingswaarde.

Ingrediënten zijn grondstoffen (en dus welke suiker) waarmee het levensmiddel is gemaakt. Het meest gebruikte ingrediënt staat vooraan, het minst gebruikte achteraan. Als er suiker vooraan staat, is er dus relatief veel suiker toegevoegd. 

Daarnaast staat op een product de voedingswaardedeclaratieDit geeft aan hoeveel energie en voedingsstoffen in het product zitten. Voor suiker kijk je bij koolhydraten, waarvan suikers. Het getal dat vermeld staat bij 'waarvan suikers' zijn alle mono- en disachariden in het product. In de volksmond worden dit de 'snelle' suikers genoemd. Dit zijn de mono- en disachariden die van nature in het product zitten en die zijn toegevoegd. Het heeft geen zin hier onderscheid in te maken omdat voor je lichaam suiker suiker is. Kokosbloesemsuiker, graanstropen of honing bevatten verwaarloosbare hoeveelheden vitamines en mineralen en zijn anders dan vaak gesuggereerd wordt niet gezonder dan kristalsuiker. HFCS (fructoseglucosestroop) heeft hetzelfde effect als kristalsuiker. 'Natuurlijk' klinkt in je hoofd misschien beter, maar fysiologisch is dat niet zo. Ook 'natuurlijk' vruchtensap bevat veel mono- en disachariden en wordt daarom afgeraden. Kies voor fruit in plaats van sap, omdat vloeibare calorieën minder verzadigen.

Als suiker suiker is kun je dan net zo goed in plaats van fruit een koekje eten? Nee natuurlijk niet! Maar toch kun je ook niet onbeperkt zoet eten en dat geldt ook voor fruit waaronder dadels en vijgen. En al die vervangende suiker zoals kokosbloesemsuiker, honing, agavesiroop zijn geen gezondere vervanging. Als iets onwaarschijnlijk lijkt, is het meestal ook onwaarschijnlijk. Dus helaas ook die moet je zoveel mogelijk beperken (en negeer dus de adviezen van 'suikermeisjes' die niet de kennis of het lef hebben om het eerlijke verhaal te vertellen). En uiteraard kun je beter minder/geen frisdrank, vruchtensap, snoep, koek, gebak, gezoete ontbijtgranen, zuiveltoetjes en sauzen gebruiken. 

Wil je meer leren over welke informatie juist is over suiker en zoetstoffen? Dat kan 22 juni in Wageningen, hier kun je je aanmelden.

Ook kun je ons volgen via Sweet Control op Facebook. Bij Sweet Control leiden we gewichtsconsulenten op om mensen te begeleiden met het verstandig gebruik van suiker en zoetstoffen als onderdeel binnen je voedingspatroon. Praktisch maar gebaseerd op wetenschappelijke informatie. Dit is uniek. De coaches helpen hun klanten aan de hand van een werkboek.

vrijdag 20 mei 2016

Toont That Sugar Film aan dat suiker gif is?

Vandaag ging de film That Sugar Film in première. Het is een onderhoudende film maar wel duidelijk gericht op effectbejag. Het is ook jammer dat dit soort films nooit die mensen bereikt die er daadwerkelijk iets van zouden kunnen leren. De Australisch acteur David Gameau die zelf al jaren weinig koolhydraten eet wil uitzoeken wat het effect van suiker is op je gezondheid. Hij eet twee maanden dagelijks 40 theelepels (160 gram) suiker en wil daarmee aantonen dat suiker heel ongezond is.



De hoeveelheden suiker die Damon gebruikt zijn niet de hoeveelheden suiker die in Australië dagelijks worden gebruikt. Volwassenen gebruiken ca. 29 theelepels (116 gram). In Nederland is dat ca. 25 theelepels (100 gram). Het advies van de World Health Organisation (WHO) is om de vrije suikers te beperken tot 10 energieprocent (en liever 5 energieprocent). Dat is voor een volwassen man ruim 60 gram (10 energieprocent) vrije suikers per dag. En dus liever 30 gram (5 energieprocent). Dat betekent dus dat het goed is als er minder vrije suiker wordt gegeten. Dat geldt niet alleen voor kristalsuiker maar ook voor 'natuurlijke' suiker. Vrije suikers zijn alle monosachariden en disachariden die toegevoegd zijn en suikers die van nature aanwezig zijn in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraat. Van nature aanwezige suikers in fruit, groente en zuivel vallen hier niet onder.

Damon at gesuikerde ontbijtgranen, vruchtenyoghurt, appelsap en pasta met saus met veel suiker. Een voeding die onvolwaardig is en waarmee je dus zeker niet alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgt. Ook zie je dat hij geen vezels eet, waardoor de voeding weinig verzadiging geeft. Een voorbeeld van een ontbijt dat Damon eet is: vruchtenyoghurt (150 ml), gesuikerde muesli (50 gram) en twee glazen jus d'orange. Dit ontbijt bevat ca. 55 gram koolhydraten, dus ongeveer de hoeveelheid die de WHO als maximum adviseert per dag.

Damon zegt dat hij niet meer calorieën eet dan gebruikelijk. Maar wie zegt dat dat waar is? De metingen worden niet nauwkeurig getoond. Als je dagelijks 160 gram suiker extra eet (en dat niet compenseert) resulteert dat in 12 dagen in een gewichtstoename van ca.1 kilo en niet 3,2 kilo zoals Damon zegt. Het kan wel zo zijn dat hij doordat hij (veel) meer koolhydraten is gaan eten meer vocht vasthoudt (maar voor gewichtsveranderingen wordt gekeken naar verandering van vetpercentage).

In de film wordt gesuggereerd dat overgewicht ontstaat door het eten van suiker. Dat is onjuist en wordt alleen gezegd door mensen die daar (financieel) belang bij hebben. Overgewicht ontstaat door een disbalans tussen inname en verbruik van calorieën. Dat gaat dus over je hele voedingspatroon, bewegen maar ook aspecten als voldoende slapen en ontspanning.

In de film toont Damon als bewijs dat suiker slecht is dat zijn bloedwaarden verslechteren. Maar als je gewicht toeneemt verslechteren je bloedwaarden altijd. Dat heeft niets met suiker te maken. Ook krijg je door suiker geen suikerziekte. Overgewicht (door te veel eten van alles) is echter wel een risicofactor voor welvaartsziektes zoals suikerziekte. Te veel suiker kan wel gaatjes in je tanden veroorzaken.

De zogenaamde experts in de film zijn vooral mensen die er bekend om staan dat ze liever opvallen dan informeren. De effecten van HFCS zijn niet anders dan van suiker. Jammer dat hij dat niet uitzocht.

In de film wordt duidelijk uitgelegd dat vruchtensap en biologische repen dus geen bijzonder soort suiker is  waarvoor andere adviezen gelden. En ook kokosbloesemsuiker, honing en dadels bevatten veel suiker en moet je ook beperken als je minder suiker wil gebruiken. Helaas leren mensen dat in verschillende commerciële suikervrije trainingen van ervaringsdeskundige fout.

Wil je meer leren over welke informatie juist is over suiker en zoetstoffen? Dat kan 22 juni in Wageningen, hier kun je je aanmelden.

Ook kun je ons volgen via Sweet Control op Facebook. Bij Sweet Control leiden we gewichtsconsulenten op om mensen te begeleiden met het verstandig gebruik van suiker en zoetstoffen als onderdeel binnen je voedingspatroon. Praktisch maar gebaseerd op wetenschappelijke informatie. Dit is uniek. De coaches helpen hun klanten aan de hand van een werkboek.

woensdag 11 mei 2016

Suikervrij drinken: wat is dat?

Ik lees onderstaande post over zogenaamd suikervrij drinken. Dit is precies de reden waarom ik samen met Ralf Hartemink (opleidingsdirecteur van alle food-opleidingen van Wageningen Universiteit en directeur Stichting Food-Info) 22 juni in Wageningen een presentatie geef met goed onderbouwde informatie over suiker. Aanmelden kan hier.

Als je in de tussentijd meer wil weten over suiker en zoetstoffen volg dan de Facebookpagina Sweet Control.



Water en thee (zonder suiker) zijn prima suggesties. Maar vruchtensap en diksap zijn uiteraard niet suikervrij. Appelsap bevat tot 12 % suiker, dat is meer dan Cola! In diksap zit ook rond de 12-15% suiker. En dat is voor het lichaam exact hetzelfde als suiker uit bieten of suikerriet.

Op een rijtje de suikergehaltes van enkele frisdranken

Drank
Suiker per 100 gram
Cola
10,4
7up, sprite, bitterlemon
10,1
Sinas, cassis
11,0
Tonic
  9,1
Appelsap
11,4
Druivensap
15,7
Sinaasappelsap versgeperst
10,4

Uit deze tabel blijkt dat het adviseren van vruchtensap geen suikervrij advies is. Wat jammer dat iemand die adviezen geeft dat zelf niet even checkt in de NEVO-tabel. Een kleine moeite en een heel groot plezier voor de consument. Overigens is het ook zo dat in het kader van de nieuwe richtlijnen niet voor niets vruchtensap en groentesap worden ontraden.

Bier en wijn adviseren als alternatief om te drinken is ronduit bizar. En ook dat is niet in lijn met de richtlijnen. En ook zeker niet met je gezondheid. Alcohol heeft aantoonbaar meer schadelijke effecten voor je gezondheid dan suiker. En nee, dit is geen aanbeveling om onbeperkt suiker te gebruiken. Voor de meeste mensen is het een goed advies suiker te beperken. En niet alleen de suiker in frisdrank maar ook in vruchtensap en diksap.

Vanaf augustus zijn er speciaal getrainde gewichtsconsulenten die jou kunnen helpen met het verstandig omgaan met suiker. Uiteraard op basis van wetenschappelijk onderbouwde informatie.

zondag 8 mei 2016

Ik wist niet wat ik moest vinden van TTIP. Jij wel?

Al maanden vond ik dat ik iets moest vinden van TTIP. Maar ik had eigenlijk geen mening, omdat ik niet begreep waar het nu daadwerkelijk over ging. Ik las alleen maar informatie dat ik er tegen zou moeten zijn. Maar ik kan niet ergens tegen zijn als ik niet weet wat de andere standpunten zijn. Zoals een student vorige week tegen me zei (over een ander onderwerp): 'ik heb geen mening, want ik weet onvoldoende wat de voors en tegens zijn'. Wat zou het fijn zijn als meer mensen zo weloverwogen zouden reageren.

Wat is TTIP
Het lijkt of TTIP ons alleen ellende gaat geven, maar als iedereen daar zo over zou denken zou dit onderwerp al lang van tafel zijn. Het lijkt over chloorkip te gaan, maar is dat ook zo? TTIP is een afkorting voor Transatlantic Trade and Investment Partnership, oftewel het Trans­Atlantisch Vrijhandels­ en Investeringsverdrag. Het is een voorstel om de handel tussen Europa en de VS eenvoudiger te maken.

Mogelijke voordelen
In Nederland wordt door ‘non-tarifaire barrières’ (kwaliteitseisen) de handel nu (nog) beperkt. In sectoren waar Nederland heel goed scoort zoals agrifood, high tech, horticultuur, water, zuivel of chemie, is de kans groot dat het opheffen van die belemmeringen geld op kan leveren. Dat hoeft niet per definitie ten koste van voedselveiligheid te gaan. Maar kan bijvoorbeeld ook gaan over het vereenvoudigen van zeer complexe administratieve procedures. Dat lijkt me voor niemand iets om tegen te zijn. Omdat er nog veel onduidelijk is, is het erg lastig om uit te rekenen wat het Nederland op zal leveren. Wel lijkt duidelijk dat bijvoorbeeld de meeste winst te behalen is in de agro-food/horticultuur, high-tech en chemie. Daar kunnen onderhandelaars dus rekening mee houden.

Mogelijke knelpunten
Het onderwerp is zo groot dat het zowel voor belangenorganisaties als burgers te groot is om te kunnen snappen. Hierdoor ontstaat de houding 'ik ben tegen'.

Onderhandelingen zijn gebaat bij openheid maar tegelijkertijd is het zo dat meer kan worden bereikt met onderhandelingen als op voorhand alles bespreekbaar is. De voorwaarden voor voedselveiligheid in Europa en Nederland zijn anders dan in Amerika. Zo is Nederland geen voorstander van chloorkip, maar wil Amerika geen kip met antibiotica. Dat vergt dus veel nauwkeurige afstemming. Tegenstanders gaan er vanuit dat dit sowieso negatief uit zal pakken, maar dit hoeft niet zo te zijn.

Last but not least het arbitragesysteem. Al jaren geldt ISDS, dat een afkorting is voor  Investor-State Dispute Settlement. Hierbij kunnen rechtszaken in het geheim worden afgehandeld. Het krijgt nu aandacht omdat het zou worden opgenomen in TTIP. Bij ISDS kunnen bedrijven tegen landen in beroep gaan. Het lijkt wenselijker als landen tegen elkaar in beroep kunnen gaan via de route van de World Trade Organisation (WTO).

Conclusie
TTIP is heel complex en alleen 'tegen zijn' helpt niemand. Het is wel goed om het kritisch te volgen, maar dat doe je niet door partijen te volgen die alleen tegen zijn.

PS
Ik promoot TTIP niet, maar wil graag het geheel belichten. Ik vind TTIP een erg lastig onderwerp. En om mijn blog te schrijven gebruikte ik daarom informatie van deskundigen:
Ik heb mijn stuk geschreven op basis van deze informatie van Marcel Canoy.
Ook dit stuk van Steven Brakman las ik.

Inmiddels is voedselveiligheid tegenwoordig een soort cabaret geworden, waardoor vergeten wordt dat het ook 'gewoon' een serieus vakgebied is dat zeer weinig mensen beheersen. Dit artikel beschrijft dat mooi.

dinsdag 3 mei 2016

Hoe zou het zijn als journalisten weer feitelijk zouden publiceren?

Op Wikepedia lees ik: 'Een journalist(e) is een beroepsbeoefenaar die nieuwsfeiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang, die deze feiten onderzoekt of analyseert en daarover publiceert in een actueel (nieuws)medium. Dan bestaan er tegenwoordig nog maar weinig journalisten. Dagelijks verbaas ik me weer over schreeuwerige teksten die niets met feiten te maken hebben. Wat wel? ik weet het niet of het gemak is, ondeskundigheid of alleen maar snel scoren door een hoog bereik. Misschien is dat ook niet zo belangrijk. Wat wel? Dat journalisten feiten en meningen (weer gaan) onderscheiden.

Vorige week las ik deze NOS-kop 'rode wijn en karnemelk zijn goed voor onze darmflora'. Joepie we mogen dus onbeperkt aan de rode wijn? Of toch niet? Nee helaas, er zijn 69 factoren gevonden die slechts 7% van de variatie in onze darmflora verklaren. De kop zet mensen, die uiteraard graag lezen dat rode wijn goed is, op het verkeerde been. Ook is onduidelijk wat de informatie over muizen in dit artikel doet. Onderzoek bij dieren zegt immers niets over mensen. Het zou handig zijn als de NOS zich bewust is van hun verantwoordelijkheid en koppen maakt die de lading dekt.

Van het weekend werd massaal dit artikel van deVolkskrant gedeeld. Het Voedingscentrum omarmt echter de vinkjes zoals ze nu gebruikt worden helemaal niet. Och waarom zou je dat ook checken als je dat schrijft? En dat groepje mensen die p-waardes boeiend vinden kunnen die gewoon vragen. Het is juist de kunst die mensen te bereiken die geen flauw benul hebben wat dat is. En die gaan ook geen betere keuzes maken door ze lastig te vallen met 'nerderige' teksten. Bij het Voedingscentrum hebben juist de nerds dit vertaald naar begrijpelijke zinnen voor de doelgroep waarvoor ze bestaan.

Afgelopen weken werden door journalisten zoals gewoonlijk dagelijks posten gemaakt over meldingen van Foodwatch. Onder andere de posten over minerale olie die oneindig wordt gedeeld. Voor gezond zijn er vele issues die veel belangrijker zijn en die geen aandacht krijgen. Als journalist zou je toch in staat moeten zijn om eerst te checken of dat wat je deelt inhoudelijk juist is. Voedselveiligheid is een complex vak dat lastig is om te beoordelen als je geen scheikundige bent. Dat hoef je ook niet zelf te doen, maar zorg dat je netwerk op orde is. Er zijn veel scheikundigen die graag uitleggen hoe iets werkt. Nog een andere tip: als een instantie altijd overal tegen is dan is het toch niet zo moeilijk om te begrijpen dat dit geen informatie is maar effectbejag. Dit zou basiskennis moeten zijn voor een journalist. En het zou nog fijner zijn als politici dit ook (willen) begrijpen.

Een paar maanden geleden meldde de Consumentenbond 'weg met het Vinkje.' Er vond mede naar aanleiding hiervan een debat plaats over het Vinkje. Hoe meer hysterie hoe beter leek wel. Maar voor zover ik weet was er geen medium die onderzocht waarom de Consumentenbond dit onderwerp zo nauw aan het hart lag. Nou, 'gewoon' omdat dat hen geld kost. Is dat niet raar dat geen enkele journalist dit opmerkte. Zelf probeer ik altijd de argumenten voor en tegen te bespreken, zodat mensen zelf hun keuzes kunnen maken op basis van deze informatie. Zou dat niet fijn zijn als journalisten die daarvoor betaald worden dat ook weer gaan doen?

En nog een tip van mij als voedingsdocent. Consumenten begrijpen steeds minder van voeding. Wat zou het fijn zijn als journalisten zich dit aan zouden trekken en eens wat zorgvuldiger met hun lezers om zouden gaan. Je doelgroep bestaat niet alleen uit een paar 'Rensen', maar vooral uit Henk en Ingrid.