woensdag 22 april 2015

Waar zijn we het wél over eens? Eet meer groente en fruit!

Al weer een aantal weken geleden was er een debat georganiseerd door Dick Veerman van Foodlog, met een aantal keyspelers op het gebied van voeding. De deelnemers aan dit debat kwamen uit de hoek van de reguliere zorg, de complementaire zorg en ook uit de industrie. De toon van het debat was kritisch, maar respectvol. Er gloorde even hoop dat we gezamenlijk de intentie hadden de consument te helpen gezondere keuzes te maken. Maar, helaas de discussie ging door op Foodlog en de toon veranderde. Enkele mensen uit het forum hadden geen behoefte aan een discussie, maar aan het opdringen van hun eigen mening. Dat ze daarbij de consument totaal uit het oog verliezen is voor mij niet verteerbaar. Deze positieve bijeenkomst laten we niet verzanden in iets negatiefs als het aan mij ligt. En meer deelnemers aan dit debat denken daar gelukkig zo over.

Over een aspect zijn we het allemaal met elkaar eens. En dat is dat de consumptie van groente en fruit nog steeds bedroevend laag is. Mijn idee is daarom om de week van de groente op de kaart te zetten. Iedereen die hieraan een steentje kan bijdragen is van harte welkom! Er is alleen een maar, als je deel neemt zorg je er voor dat je in de betreffende week helpt de hoofdboodschap uit te dragen en geen details die hiervan afleiden. 

Een gezonde voeding is onbewerkt, gevarieerd en niet te veel. Groente en fruit dragen vooral bij aan de inname van vitamines, mineralen en spoorelementen. Maar ook aan de vezelbehoefte en daarmee de verzadiging. Dat kan een positief effect hebben op het voorkomen van overgewicht. Verder kan daardoor je darmwerking verbeteren.

De consumenten weet wellicht wel dat het aanbevolen is om dagelijks minstens 200 gram groente en twee stuks fruit te eten. Maar bijna niemand beseft concreet hoeveel 200 gram eruit ziet. Mensen schatten hun inname gemiddeld nog te positief in.

De boodschap heeft drie aspecten:
  • Eet meer groente en fruit;
  • Laat zien wat 200 gram groente en twee stuks fruit is;
  • Hoe bereid je dat lekker. 
Ik houd van samenwerken en bruggen bouwen en van het verstrekken van de juiste informatie. Die verschillende doelen kunnen echter met elkaar botsen. Voor ogen staat bij mij altijd de consument/patiënt, die recht heeft op de best beschikbare informatie. Daar sta ik voor. Dat betekent dat ik kritisch uit de hoek kom als ik dat op basis van de informatie nodig vind. Mijn drijfveer is nooit om de boodschapper te laten struikelen. Nee, mijn doel is wel altijd om de consument/patiënt te helpen.

Gisteren was ik bij Jesse van der Velde. Mensen die mij volgen weten dat ik heel kritisch ben geweest op mijn blog over zijn boek. Maar de laatste weken vroeg ik me af hoe het zou zijn als we een keer samen zouden afspreken. Ik stelde dat voor aan Jesse en waardeer het enorm dat hij dat ook graag wilde. Het zegt wat mij betreft iets over iemand, als hij met iemand als ik wil praten. Niet omdat ik zo eng ben, maar wel omdat iemand open staat voor feedback ondanks mijn kritische blog. Jesse zelf gaf mij ook feedback, al na een paar minuten. Hij zei 'ik zie hier nu live iemand zitten met een enorme passie voor voeding die deze graag uitdraagt zodat mensen gezonder worden. Dat hebben we met elkaar gemeen.' Ik word nooit een Jesse en Jesse nooit een Liesbeth, maar dat hoeft ook niet.

Maar Jesse gaf wel aan open te staan voor feedback. Dat zal ik hem ook geven. Ik weet dat aantal van mijn volgers dit niet zullen geloven. Maar laten we eerlijk zijn. Als je alleen iets kritisch schrijft over iemand, heeft bijna niemand zin om daarmee iets te doen. Dat is meestal pas zo als je een beweging naar elkaar maakt. Verder gaan we samen benadrukken waar we het over eens zijn.

Ik sluit af met een boodschap, die sommige van mijn volgers hopelijk aan het denken zet. Jullie lezen wat je wil lezen. Het zou voor mij prettig zijn als je in staat bent over je vooroordelen heen te stappen. Want juist dat wil ik je leren. Wat heb je eraan in het algemeen partijen als het Voedingscentrum te haten? Niets, het kan zomaar zijn dat je daardoor ook informatie van hen mist die je wel graag had gelezen. En mensen die je bewondert kunnen best informatie geven die niet aansluit bij de werkelijkheid. Ik probeer zo onafhankelijk mogelijk uit te zoeken, hoe iets in elkaar zit en dat uit te leggen. Niets is bij voorbaat waar, of onwaar. Dat is een rol die veel meer vergt dan wanneer je je alleen in laat met een visie waar je enthousiast maar niet kritisch over schrijft. Daarom waarderen mensen mijn blog. Ook mensen die me niet persoonlijk kennen maar besloten hebben dat ik onaardig ben, maken gebruik van mijn gratis informatie. Dat je me dan toch onaardig vindt terwijl je me niet kent, zegt heel waarschijnlijk meer over jezelf dan over mij. En ja, ik zou iets meer respect wel waarderen. Dat ik onaardig ben, zou ook zo maar een vooroordeel kunnen zijn ;)

maandag 13 april 2015

E-cursus en meer

De afgelopen maanden hebben in het teken gestaan van ontwikkeling. Ik richt me meer en meer op professionals. Met mijn training 'adviseren van pure voeding zonder goeroetaal', ook te volgen als losse modules.  En de opleiding gewichtsconsulent die ik samen heb opgezet met Meijke van Herwijnen. Beiden zijn geaccrediteerd door de BGN (Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland).

Toch bleven er ook vragen komen van consumenten overspoeld door alle informatie, die daarom niet meer goed weten wat ze dagelijks in de supermarkt het beste kunnen kiezen. Mensen die wekelijks uren struinen op internet en het daarna eigenlijk nog niet weten. Voor hen heb ik dit op een rijtje gezet. In een maand weet je zelf (weer) hoe je de beste keuze maakt en kun je ook feiten van fabels onderscheiden.

Het is op de eerste plaats gemaakt voor consumenten en daarom praktisch met een beperkt aantal details. Maar ook voor professionals die net starten en soms wat onzeker zijn door alle vragen van hun klanten biedt het goede handvatten. Tevens is het een aanrader voor marketeers in voedingsland. Het geeft een helder beeld van de vragen die mensen dagelijks hebben bij het kiezen van hun voeding.

Interesse? Koop het dan hier met korting (tot 1 mei 2015)

Het zijn 8 lessen met praktische schema's, zodat je ook leert het te gebruiken in je dagelijkse leven.


Les
Inhoud les
1
Hoofdstuk 0 Inleiding
Hoofdstuk 1 Wat is gezond?
2
Hoofdstuk 2 Afvallen
Hoofdstuk 3 Gedragsverandering
3
Hoofdstuk 4 Voedingsstoffen macronutriënten
Hoofdstuk 6 Voedingssupplementen
4
Hoofdstuk 5 Voedingsstoffen micronutriënten
5
Hoofdstuk 7 Jouw ontlasting
Hoofdstuk  8 Voedingsgroepen
6
Hoofdstuk 9 Voedingsmomenten
7
Hoofdstuk 10 Feiten en fabels
8
Hoofdstuk 11 Etiketten lezen
Hoofdstuk 12 Gezonde voeding met weinig geld
Hoofdstuk 13 En hoe nu verder

dinsdag 7 april 2015

Voedselveiligheid, wat weten we daar nu eigenlijk over?

Vandaag is het wereldgezondheidsdag. Het thema is dit jaar voedselveiligheid. Een belangrijk onderwerp, maar weten we er ook voldoende van af? Nee!

De veiligheid van ons voedsel is van groot belang. Regelmatig horen we over voedselschandalen. Vlees bevat te veel hormonen, melk bevat dioxines, op groente en fruit zit te veel bestrijdingsmiddelen. Als consument lijkt nu of  er geen gezond voedsel meer bestaat. Toch heeft de consument geen goed inzicht in de daadwerkelijke omvang van het probleem.

We worden steeds vaker bang gemaakt over voeding.  Door zomaar producten weg te laten uit je voeding vergroot je het risico op onvolwaardige voeding en kunnen tekorten ontstaan. Nog geen 5% van de Nederlanders haalt de aanbeveling van 200 gram groente en twee stuks fruit. Het is voor je gezondheid belangrijker om te zorgen dat je minimaal deze aanbeveling haalt in plaats van je zorgen te maken over bestrijdingsmiddelen.

Mensen worden ziek door:
1. Een ongezond voedingspatroon;
2. voedselinfecties;
3. chemische verontreinigingen, zoals restanten van bestrijdingsmiddelen of
dioxine.

Chemische verontreinigingen staan pas op de derde plaats! Het is daarom van groter belang om gezond  (gevarieerd !) te eten en in je keuken hygiënisch te werken.

Uitgangspunt bij toxicologie (gifstoffenleer) is dat er niet zozeer giftige en niet-giftige stoffen bestaan, maar dat de dosis bepaalt of een stof giftig is. Voor een mens wordt die meestal bepaald door de hoogste dosis die net niet schadelijk is te nemen en die door honderd te delen. Met andere woorden: als je honderd keer zoveel binnen zou krijgen, moet het nog niet schadelijk zijn.

Bij risico’s kun je een onderscheid maken tussen risico’s die voor iedereen gelden en risico’s die slecht voor bepaalde groepen gelden. Op internet worden deze risico’s ten onrechte met elkaar vermengd. Hierdoor gaan mensen onnodig allerlei voeding(sstoffen) uit hun voeding weglaten. Het idee is dan dat mensen denken dat ze gezonder eten. Dit is echter meestal niet zo. Door allerlei voeding weg te laten verminder je de variatie en kunnen tekorten ontstaan die niet nodig zijn.

Stoffen waar iedereen rekening mee moet houden zijn stoffen die:
• bedoeld; 
• onbedoeld in je voeding zijn gekomen. 

Bedoeld zijn stoffen om het voedsel langer houdbaar te maken of de smaak of het uiterlijk te verbeteren. Deze stoffen worden additieven genoemd.  Stoffen die additief zijn toegelaten hebben een e-nummer. E-nummers zijn uitgebreid getest en daarna pas toegelaten. Ze zijn door de wetgever als veilig bestempeld. Omdat we steeds meer bewerkte voeding eten krijgen we wel steeds meer e-nummers binnen. Ze lijken niet gevaarlijk maar dat weten we niet zeker als we ze in grote hoeveelheden eten. Mede daarom is het verstandig voeding te kiezen die onbewerkt is en waaraan geen of weinig onnodige stoffen zijn toegevoegd. Dat betekent niet dat je meteen moet vrezen voor je gezondheid als je wat e-nummers binnen krijgt. Ook hier geldt weer voor dat het voor je gezondheid om de balans gaat.

Contaminanten zijn stoffen die onbedoeld in het voedsel terecht komen. Denk hierbij aan zware metalen, antibiotica en resten van bestrijdings- en schoonmaakmiddelen. Daarnaast kan voedsel verontreinigd zijn met micro-organismen. Bovendien zijn er schadelijke stoffen die van nature in voedsel aanwezig zijn. Of iets al dan niet veilig is heeft altijd mede te maken met de hoeveelheid van een stof. Met water is niets mis, maar als je op een dag bijvoorbeeld 12 liter water drinkt is dat ook gevaarlijk.

Daarnaast zijn er nog bijzondere risico’s die voor een bepaalde groep gelden. Sommige mensen zijn allergisch of intolerant voor bepaalde stoffen in voedsel. Dit zijn individuele reacties. Er is dan ook geen reden om die stoffen in het algemeen af te raden.  Dit geldt ook voor de stof E621 (andere namen hiervoor zijn: ve-tsin, MSG en natriumglutamaat).

Naar schatting is 2-3% van de volwassenen overgevoelig voor bepaalde voedingsmiddelen en 3-7% van de kinderen. 12% van de mensen geeft echter aan overgevoelig te zijn.

Het is dus belangrijk om drie dingen uit elkaar te houden:
• Toxiciteit (bedorven melk waar iedereen ziek van zou worden);
• Allergie (immuunreactie, bijvoorbeeld door de eiwitten uit koemelk);
• Intolerantie (bijvoorbeeld onvermogen om lactose te verteren).

donderdag 2 april 2015

Moet je bang zijn voor 1 gluut als je geen coeliakie hebt?

Nee! Als je geen coeliakie hebt is panische angst voor gluten echt niet nodig. Van de week sprak ik met een ervaren deskundige winkelmedewerker in een biologische winkel die me zei 'Kijk daar komt weer trillend iemand binnen lopen, die een angst voor gluten is aangepraat. Jammer dat ze niet wordt uitgelegd dat dit nergens voor nodig is. Ik doe altijd mijn best om dit soort klanten weer gerust te stellen. Eten moet toch geen angst oproepen? Vind je wel?'



Angst voor gluten lijkt voor sommige mensen een soort nieuwe hobby. Als je coeliakie hebt moet je elke gluut vermijden. Maar slechts  voor 1% van de Nederlanders is dit relevant. Daarnaast bestaat nog iets als glutensensitiviteit. Maximaal 5% van de Nederlanders heeft dit. Dat betekent dus dat in het algemeen bij een willekeurig iemand de kans dat  je last van gluten hebt veel kleiner is als dat je daar geen last van hebt.

Ik begrijp dan ook niet waarom mensen zich deze angst aan laten praten. Als je minder gluten wil eten kan dat. Maar ik ken een aantal mensen die daadwerkelijk coeliakie hebben en niets van een dergelijke hobby begrijpen. Als je geen coeliakie hebt gebeurt er niets als je af en toe wat gluten binnen krijgt. Maak je daar niet bezorgd over. Als jouw therapeut dat wel doet is het wellicht handiger een andere therapeut te zoeken, die je deskundig kan helpen in plaats van bang te maken.

Doordat gluten voor veel mensen een nieuw hobby is in plaats van een ziekte, wordt het door sommige fabrikanten ook niet erg serieus meer genomen. Deze week zag ik van de glutenvrije merken 'Lieke is vrij' en Roleys' in het zogenaamd glutenvrije schap doosjes die open waren. Voor mensen die coeliakie hebben is dit volstrekt onacceptabel. Zij kunnen hier heel ziek van worden en dan zijn deze fabrikanten verantwoordelijk. Als je dure producten verkoopt is het je plicht om ook de wetgeving te volgen. Glutenproducten zijn geen hobby maar belangrijk voor mensen met coeliakie. Inmiddels heb ik contact gehad met Roley's en had ik een fijn gesprek. Ze zeggen dat ze dit soort klachten heel serieus nemen en de verpakking inmiddels hebben aangepast. In de winkel zou nog een oude batch liggen. Ik blijf het graag volgen.

Liever geen knutselproducten? In dat geval is een paleo-voeding een uitstekend alternatief.

PS Als je Wheat Belly (Broodbuik) serieus neemt, dan weet je duidelijk geen feiten van fabels te onderscheiden. Ik heb zelden een boek lezen dat zo slecht is onderbouwd als dit boek.

dinsdag 24 maart 2015

To eat or not to eat superfood?

Vorige week woensdag werd er een debat georganiseerd door Foodlog. De aanleiding was een artikel in de Linda waarin Ralph Moorman zou hebben gezegd dat je door gezonde voeding zou kunnen genezen van MS. Dr Frank (Frank van Berkum) en het Voedingscentrum vonden dat Ralph zo'n uitspraak niet mag doen. Zoals zo vaak in debatten heb ik begrip voor de standpunten van de verschillende partijen. Daarom vond ik het fijn een deelnemer te mogen te zijn van dit spannende debat.


Op de foto zie je mij zitten naast Philip den Ouden, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). In deel 2 van het debat rond ca 12 minuten ben ik aan het woord. Verder vind ik in deel 4 (vanaf 2.15) het stukje waarin Simone Hertzberger mij noemt in haar verhaal ook goed mijn rol aangeven. Het hele debat dat zeker de moeite waard is, kun je hier zien. Hier kun je ook mee doe met de discussie. Graag zelfs!

Doel van het debat was om samen te onderzoeken hoe we de consument gezonder kunnen laten eten. Dat lukt uiteraard niet in één debat. Dit debat is dan ook slechts de aftrap. Deze discussie gaat op Foodlog verder. Het was een fijn debat waar naar iedereen met respect werd geluisterd. Mijn persoonlijke eindconclusie is dat als  het mogelijk is om superfood onder de aandacht te brengen we dat met deze gemêleerde groep ook voor groenten zouden moeten kunnen realiseren. Bijvoorbeeld elk kwartaal een week van de groenten. In deze week zouden we allemaal kunnen vertellen dat nog maar 5% van de mensen voldoende groente en fruit eet. Dat beseffen weinig mensen. Laat mensen ook concreet zien hoeveel 200 gram groente eruit ziet. Dat is ongeveer de helft van je bord. Bewustwording is de eerste stap naar verandering. Daarnaast kunnen lekkere eenvoudige recepten met groenten worden verspreid. Zodat mensen leren dat groenten ook gewoon lekker is en je er echt niet uren voor in de keuken hoeft te staan. Ik denk dat we samen zeker in staat zullen zijn om de media hiervoor ook te interesseren.

Terug naar dit debat. Er werd gevraagd steeds te stemmen op stellingen door middel van een rode of groene kaart. Dat is voor mij te moeilijk, omdat ik daarvoor te veel aan nuances hecht. Ik speelde daarom vals en stak dus steeds beide kaarten in de lucht.

Dick leidde het debat strak. Dat was goed, want daardoor kwam iedereen aan het woord. Maar dat betekent ook met 17 gasten dat je niet alles kunt zeggen dat je wil. Ik wil daar nog iets verder op in gaan.

De dagelijkse praktijk
Er is in de basis een wantrouwen tussen 'praktijkmensen' en wetenschappers. Ze vertrouwen elkaar niet erg. Dat is jammer, want ze kunnen van elkaar leren en dat is belangrijk voor de consument die er niets meer van begrijpt. Renger Witkamp zegt 'wetenschappers zijn bescheiden: als ze het niet weten proberen ze er achter te komen door de juiste vragen te stellen. We gaan mensen niet extra ingewikkeld laten eten als er niet op een degelijke (wetenschappelijke) wijze is aangetoond dat dat zinvol is'. Ralph Moorman, Gert Schuitemaker en iemand in de zaal zeggen 'als we niets proberen verandert er ook niets'. Frank van Berkum zegt 'als artsen zijn we verplicht met protocollen te werken en experimenteren is verboden. Als je dat al doet in individuele gevallen schiet je daar niets mee op. Als het niet met behulp van protocollen wordt vastgelegd gaan de mogelijke resultaten verloren'. Iedereen heeft hierbij een beetje gelijk. Maar ik zie ook dat de deelnemers in het debat het lastig vinden zich in te leven in de positie van de ander.

Ik heb absoluut niets tegen wetenschappers, maar dat zijn vaak niet de mensen die weten hoe het nu precies in de dagelijkse praktijk aan toe gaat. Dat blijkt als er wordt gezegd dat je ook in een individuele praktijk eenvoudig een RCT uitvoert. Dat is theoretisch juist, maar praktisch niet. Hoe wil je in een praktijk met verschillende soorten klachten twee identieke groepen met voldoende omvang samenstellen met bijvoorbeeld alleen MS? En hoe voorkom je bias? De behandelaar zou niet de resultaten moeten beoordelen etc etc.

Ik ben geen voorstander van wilde onuitvoerbare experimenten en ik zal ook nooit de adviezen uit een hip boek zomaar volgen. Maar er is wel een probleem. Er zijn steeds meer chronische zieken die regulier uitbehandeld zijn. Niet in de zin dat ze gaan overlijden, wel in de zin dat ze met hun klachten moeten leven. Die patiënten zijn moedeloos. Daar mag je geen misbruik van maken en dat zal ik ook niet doen. Maar ik zou alle behandelaars uit willen dagen iets verder te kijken dan alleen de protocollen.  Ik heb ook geleerd (niet op basis van het boek van Terry Walsh) dat het verwijderen van gluten en zuivel positieve effecten kan hebben op het verloop van MS. Waarom proberen we dat dan niet bij patiënten die daar om vragen?

Verschil tussen voeding en medicatie
Esther Kamphorst, MS dietist bij Nieuw Unicum zegt dat ze de richtlijnen goede voeding volgt. Die is gemaakt voor gezonde mensen. Ik vind het verontrustend dat een diëtist zo wordt opgeleid dat ze niet verder kijkt. Zij kan toch ook en wellicht zelfs beter experimenten uitvoeren zoals Ralph dat doet. Als haar gevraagd wordt of ze hieraan mee werkt als patiënten dat vragen antwoordt ze dat iemand wel minder zuivel mag gebruiken maar dat geen zuivel geen optie is. Ik vind dat een gemiste kans. Bij evidence based werken bepaalt mede de patiënt voor welke behandeling wordt gekozen. Esther zegt dat het verminderen van zuivel geen effect heeft. Dat lijkt me logisch op deze wijze. Het effect van medicatie is veel groter dan van voeding. Daarom zal een beetje zuivel weglaten onvoldoende effect hebben.Waarom laat ze het niet helemaal weg als de patiënt dat vraagt? Dit is niet bedoeld als algemene aanbeveling om zuivel weg te laten zonder begeleiding. Want ik ben het Esther eens dat het wel belangrijk is dat je er voor zorgt dat de voeding wel volwaardig blijft. Hoewel ik dat zelf nooit zou doen, ben ik met Ralph eens dat als hij zijn visie genuanceerder brengt niemand dit hoort. Mede door zijn manier van communiceren heeft het onderwerp voeding in geval van ziekten wel extra aandacht gekregen.

Financiële belangen
In het debat werd gezegd dat er voor een goede interventie altijd geld zal zijn. Ik zou willen dat dat waar was. Maar stel dat het inderdaad zo zou zijn dat onbewerkte voeding bepaalde ziektes zou kunnen voorkomen,wie zou dan dit onderzoek willen financieren? De financiële belangen in de gezondheidszorg en de industrie zijn erg groot. En daarbij worden soms keuzes gemaakt die niet wenselijk zijn voor de meest optimale gezondheid. Waar geld verdiend kan worden, worden grenzen opgezocht. Dit geldt zowel voor de farmacie, de industrie maar net zo goed voor de superfoodverkopers.

We vinden het misschien geen sympathiek idee, maar als de industrie een product ontwikkelt dat slechts een heel klein beetje gezonder is heeft dat dit direct invloed op de gemiddelde gezondheid van Nederland omdat zij immers een heel groot bereik hebben. Dit geldt niet voor biologische winkels, omdat zij maar een heel klein deel van de markt bereiken. En dat zijn grotendeels de mensen die zich al bewust zijn van gezonde voeding.

Het was een prachtig debat. En toch, na het debat kwamen er een paar mensen naar me toe met de vraag 'is superfood nu wel goed of niet?' En iemand anders zei 'wat werd bedoeld met n=1, ik begreep daar niets van.' Voor veel mensen zijn alle theoretische discussies over voeding/wetenschap niet te volgen. Ze willen gewoon weten wat ze morgen het beste in de supermarkt kunnen kiezen. Hopelijk lukt het ons nu samen om deze keuze voor mensen eenvoudiger te maken.

Mijn advies is voor deze mensen:  eet onbewerkt, gevarieerd en niet te veel.

Wil je toch liever wat meer weten, kijk dan hier. Binnenkort vind je hier ook de e-cursus 'ik weet hoe ik gezond eet!'