zondag 1 mei 2011

Tegenwicht

Een paar weken geleden verscheen het boek van Jaap Seidell met de titel Tegenwicht. Wetenschappers vonden het fantastisch, vanwege de systemische aanpak. Ik heb de indruk dat dit voor veel wetenschappers inderdaad nieuw is. Therapeuten werken hier al veel langer mee. Misschien zou voor het realiseren van gedragsveranderingen een nauwere samenwerking tussen wetenschappers en therapeuten meer op kunnen leveren.

Ik vind het een prima boek, maar ik heb als natuurgeneeskundige nauwelijks iets nieuws gelezen. Ik werk altijd systemisch en kijk naar de combinatie van de omgevingsfactoren, psychische en fysieke factoren en de samenhang tussen deze factoren.

Ik wil een paar aspecten uit boek eruit lichten. Ook Jaap Seidell is tegen crashdiëten omdat je daar pas echte honger van krijgt (je krijgt dan namelijk te weinig voedingsstoffen binnen en dat kan je ook belemmeren om af te vallen). Tevens helpt het voor gedragsverandering uiteindelijk niet om mensen iets te verbieden.

Obesitas is een vorm van verslaving staat er in het boek en zou ook op dezelfde manier moeten worden aangepakt. Dat betekent wat mij betreft dus dat de achterliggende oorzaak moet worden aangepakt. Alleen dan kun je een blijvende gedragsverandering realiseren. Gedragsverandering is niet op de eerste plaats iets van voedingsdeskundigen, tenzij je deze opleidt in gedragsverandering. Daarom besteden we bij onze opleiding gewichtsconsulent ook de helft van de tijd aan het begeleiden van gedragsverandering.

In het boek komt ook kindermarketing ter sprake. Ik heb een paar jaar geleden bij het debat van de kamercommissie hierover gezeten. Mijn conclusie was toen dat we van de overheid op dit gebied echt niets hoeven te verwachten. We knuffelen liever de industrie.

Het samen aanpakken van een verslaving betekent een samenwerking tussen deskundige en cliënt. Er wordt aan de onderliggende oorzaak gewerkt, maar tevens wordt de cliënt weerbaarheid geleerd om met de verleidingen om te kunnen gaan. Waarbij de cliënt zelf altijd verantwoordelijk blijft. Dat is ook een vorm van weerbaarheid en daarmee voorkom je betutteling en ongewenste afhankelijkheid. Ik heb het idee dat in de gezondheidszorg vaker over dan met de cliënt wordt gesproken en daarmee wordt de autonomie onterecht afgenomen. Elke cliënt weet immers zelf (eventueel met hulp) het beste wat bij hem/haar past.