dinsdag 18 oktober 2011

Groente als functional food een goede ontwikkeling?

Vorige week zag ik op de site van Voeding Nu dat er een nieuw soort 'superbroccoli' is gekweekt:  Beneforte broccoli. Deze broccoli bevat ongeveer drie keer zoveel glucorafanine als de standaard broccoli en zal in de supermarkt verkocht worden. Glucorafanine wordt tijdens de vertering omgezet in sulforafaan, deze antioxidant zou het risico op kanker en hart- en vaatziekten verlagen.

Is dat nu een goede ontwikkeling? Je mag je afvragen of het wel zin heeft om een enkele stof in een plant te verhogen. Gaat het niet om de samenhang van alle stoffen binnen de plant? En de samenhang binnen je voedingspatroon?

Ik las ergens deze reactie van Jan Robben, een aardbeienkweker: 'Ik heb ooit geleerd dat gezonde producten niet bestaan, maar wel een gezond voedingspatroon. Zou me dus ook zomaar voor kunnen stellen dat als er een broccolihype ontstaat, dat er dan bij sommige mensen glucorafinine-overdosis dreigt. Ter vergelijking: als je een plant ietsje teveel van het ene stofje geeft, komt ie iets anders tekort, omdat de plant de opname daarvan dan blokkeert. Met als gevolg een gebreks- of overmaatziekte.'

Wat een goede reactie, omdat dit goed weergeeft aan welk wereldbeeld we zijn overgeleverd. De logica van natuur (en gezond verstand) is ondergeschikt geworden aan de wetenschap en verkoop. In een voedingspatroon gaat het om de samenhang van de stoffen van een product. We kunnen veel meten, maar lang niet alles. Dit betekent dat we niet in staat zijn om de producten uit de natuur volledig na te maken. Wetenschappers bij voedingsmiddelenfabrikanten maken ons dit echter wel wijs. Aangezien wetenschappelijk onmogelijk te bewijzen is dat er in natuurlijke producten nog (belangrijke) stoffen zitten die we niet kennen, zeggen wetenschappers dat dit standpunt onzin is. Voor een wetenschapper is alles dat je niet kunt bewijzen namelijk niet waar. Hierdoor wordt ervaringskennis onterecht geminacht.

Terug naar de broccoli. Als natuurgeneeskundige vind ik dat je je voedingsstoffen uit je gewone dagelijkse voeding moet halen. Je kunt dan toch nog tekorten hebben bijvoorbeeld omdat je bij een bepaalde ziekte of medicijnen meer verbruikt. Dit stel ik vast in een anamnese of door het laten prikken van bloed. Deze tekorten kun je dan bewust aanvullen met supplementen die dat tekort kunnen verminderen. Ook bij supplementen moet je overigens rekening houden met de samenhang tussen bepaalde voedingsstoffen. Als je dat niet doet, heeft de inname van een supplement geen zin.

Er worden steeds meer voedingsmiddelen ontwikkeld, waaraan extra voedingsstoffen worden toegevoegd met het doel de gezondheid te verbeteren. Dit wordt functional food genoemd. Ik ben daar geen voorstaander van, omdat de natuurlijke samenhang verdwijnt en je dan bovendien al snel het overzicht kwijt raakt van alle voedingsstoffen die je binnenkrijgt. Dit geldt ook voor groente. Groente als functional food heeft als extra nadeel dat je niet ziet dat je andere groente eet dan je verwacht: de tekst op een pak melk valt immers meer op dan op een verpakking van groente.