woensdag 13 juni 2012

Claimwetgeving: de strijd tussen Foodwatch en de industrie

Claimwetgeving is een actueel onderwerp. Ik merk dat weinig mensen weten hoe dat nu daadwerkelijk in elkaar zit.  Ik leg de hoofdlijnen uit. Ook zal ik mijn visie geven.

Er is een verschil tussen een voedingsclaim en een gezondheidsclaim. Een voedingsclaim zegt iets over de voedingskundige samenstelling van een product (bijvoorbeeld : bron van vezels, vetarm etc.). Een gezondheidsclaim legt een link tussen de consumptie van een product en de gezondheid. Er zijn drie soorten gezondheidsclaims:

1.            generieke, bijvoorbeeld: ‘calcium is goed voor de botten’;
2.            ziektebeperkende claims, bijvoorbeeld: ‘calcium helpt botontkalking
               voorkomen’;
3.            claims gericht op groei en ontwikkeling van kinderen, bijvoorbeeld
               ‘calcium is goed voor de groei van de botten van kinderen’.

Generieke claims mag je alleen gebruiken als ze door de EFSA zijn goed gekeurd.
Door de KOAG/KAG is een indicatieve lijst gemaakt van gezondheidsclaims die zijn toegestaan en niet toegestaan.

Ziektebeperkende claims mag je alleen gebruiken als de EFSA goedkeuring heeft gegeven. De EFSA eist in zijn toetsing een zwaar gedegen wetenschappelijke onderbouwing. Claims waarvoor sterke aanwijzingen bestaan zijn niet goedgekeurd.

De EFSA maakt bij de beoordeling van claims geen verschil tussen voeding en geneesmiddelen. Claims voor geneesmiddelen zijn makkelijker te onderbouwen dan claims voor voedingsmiddelen. Dat komt omdat bij geneesmiddelen een hoge dosering wordt gebruikt en effecten sneller zichtbaar zijn. Effecten van voeding zijn genuanceerder en soms pas na langer gebruik merkbaar. Dat maakt ze moeilijk aantoonbaar te maken in voedingsonderzoek.

Het is lastige materie. Ik ben tegen misleiding. Maar het resultaat is nu dat de partijen met het meeste geld de slimste juristen kunnen inhuren, zodat ze exact de grenzen van de claimwetgeving op kunnen zoeken.  Ook is het zo dat claims waar een sterke aanwijzing voor is niet meer mogen worden gecommuniceerd naar klanten. Hierdor ontstaat de situatie dat  zinvolle informatie niet meer bij de klant terecht komt.  Het enige voordeel is dat echte ‘onzin’ ook niet meer op verpakkingen mag komen te staan.

Terug naar de dagelijkse praktijk? Wie heeft er gelijk? Foodwatch of de FNLI? Beiden hebben gelijk en ongelijk. Plantesterolen (dat in Becel Pro-activ zit) verlagen inderdaad binnen twee/drie weken het cholesterolgehalte. Alleen is de vraag of het verlagen van het cholesterolgehalte wel zinvol is. Dat wordt wel heel hard geroepen maar daarmee is het nog niet waar. Een verhoogd cholesterolgehalte op zich is geen ziekte. Plantesterolen kunnen mogelijk het cholesterol verlagen, maar er geen bewijs is dat plantesterolen het risico op hart- en vaatziekten laten dalen. Wat mij betreft moet je trouwens naar de oorzaak van de verhoging van het cholesterolgehalte kijken en deze oorzaak aanpakken (in plaats van zomaar het cholesterolgehalte te verlagen). De FNLI heeft ook geen gelijk want zij weten natuurlijk best dat de partijen met het meeste geld het beste de grens op kunnen zoeken.

Overigens ben ik het wel met de FNLI eens dat het wat ongemakkelijk voelt dat merken worden aangevallen. Want concurrende merken zijn vaak geen haar beter. Het zou mooi zijn als Foodwatch zou uitleggen wat  de problemen zijn van de wetgeving. Daar zou de consument veel meer gebaat bij zijn. Ik ben bang dat de consument nu eigenlijk nog niet goed weet waar ze in het algemeen op zouden moeten letten bij het kiezen van voeding.

Aanvulling 14 juni 2012
Lees wat de onderzoeken waarop uitspraken gebaseerd zijn waard zijn.