donderdag 15 november 2012

Is kokosvet gezond?

Kokosvet is een natuurlijk product en bestaat uit verzadigd vet. De verzadigde vetten in kokosvet zijn voornamelijk lange keten vetzuren (meer dan 12 koolstofatomen) en niet zoals je vaak leest middellange keten vetzuren (6 tot 10 koolstofatomen).

Een andere naam voor middellange keten vetzuren is MCT (Medium Chain Triglyceriden). MCT komen weinig voor in natuurlijke voedingsmiddelen, maar spelen een rol in de diëtetiek. Bij zeer ernstige vetverteringsstoornissen worden speciale MCT-rijke producten gebruikt om toch voldoende energie binnen te krijgen. De nadelen van deze MCT-producten zijn: duur, slechte smaak, toepasbaarheid (kunnen niet hoog verhit worden) en de kans op maagdarmstoornissen.

Samenstelling kokosolie: kokosolie slechts voor 15% uit middellange keten vetzuren

Vetzuur
%
Soort vetzuur
Ketenlengte
Laurinezuur
49
Verzadigd vet
12 koolstofatomen
Caprinezuur
7
Verzadigd vet
10 koolstofatomen
Caprylzuur
8
Verzadigd vet
 8  koolstofatomen
Myristinezuur
18
Verzadigd vet
14 koolstofatomen
Palmitinezuur
8
Verzadigd vet
16 koolstofatomen
Stearinezuur
2
Verzadigd vet
18 koolstofatomen
Oliezuur (omega9)
6
Enkelvoudig onverzadigd
1 dubbele binding
Linolzuur (omega6)
2
Meervoudig onverzadigd
meerdere dubbele bindingen in keten

Het grootste gedeelte van de vetzuren in kokosolie bestaat uit laurinezuur. Er bestaat aanwijzingen dat dit wellicht antibacterieel zou kunnen werken. Dat bewijs is nog maar flinterdun. Ook al hoor je heel vaak. Dit is dus nog niet bewezen. Meer lezen hierover.

Doordat kokosvet voornamelijk uit verzadigd vet bestaat is het goed bestand tegen hoge temperaturen en dus net als roomboter bij uitstek geschikt om in te bakken. Het vet blijft op hoge temperaturen stabiel en oxideert niet.

Kokosvet kan af en toe als vetbron worden gebruiken, maar zeker niet als enige vetbron. Variatie blijft belangrijk, omdat je moet zorgen dat je de essentiële vetzuren omega 6 en omega 3 via je voeding binnenkrijgt. Deze vetzuren moet je met je voeding binnenkrijgen, omdat je lichaam deze niet zelf kan maken.