zondag 21 juli 2013

De veiligheid en schadelijkheid van e-nummers

Recent is er een nieuw boekje over E-nummers uitgekomen. Een aanrader!


Wat een verademing na dat nogal schreeuwerige boekje van Corinne Couget 'wat zit erin uw eten'. Als natuurgeneeskundige ben ik een voorstander van een natuurlijke voeding met zo min mogelijk toevoegingen. Ik denk dat ons lichaam dergelijke voeding het beste kan verwerken. Dat betekent niet dat ik denk dat E-nummers levensgevaarlijk zijn. Aan het weglaten van e-nummers verbinden zelfbenoemde experts allerlei extreme gezondheidseffecten. Ze vergeten daarbij dat als je E-nummers weg laat je bijna altijd direct je hele voedingspatroon aanpast. Niemand zal ontkennen dat je gezonder wordt als je snoep vervangt door groenten. Dat is dus altijd een prima idee :-). Dit hoeft echter niets met de E-nummers te maken te hebben.

Dit overzichtelijke boek is als afstudeerscriptie geschreven voor de opleiding Voeding en Diëtetiek door Yvonne van den Berg en Marine Botermans in opdracht van het Allergie Platform. Ze leggen de belangrijkste aspecten van E-nummers uit. Daarbij baseren ze zich op wetenschappelijke bronnen. Het boek is zowel interessant voor voor- als tegenstanders van E-nummers.

Het boek begint met het uitleggen van de wetgeving van additieven. De ADI (Aanvaardbare Dagelijkse Inname) wordt in het algemeen vastgesteld door middel van dierproeven. Om er zeker van te zijn dat een stof een veilige ADI krijgt, wordt de hoeveelheid die dieren kunnen verdragen gedeeld door 100. De ADI is dus 100 keer lager dan de hoeveelheid die uit dierproeven komt. Dat betekent dus dat er sprake is van een grote veiligheidsmarge. Consumenten kijken anders tegen E-nummers aan dan deskundigen op dat gebied. Veel consumenten baseren zich op het boekje 'wat zit erin uw eten'. Daarom is er door de schrijfster van dit nieuwe boek gekozen om vooral de e-nummers te onderzoeken die je volgens Corinne Couget beter zou kunnen vermijden.

De e-nummers die in het boek besproken worden zijn ingedeeld in:
- zoetstoffen;
- vitamines;
- azo-kleurstoffen;
- glutamaat;
- karmijn;
- histamine-vrijmakers;
- glycine.

Die worden afzonderlijk besproken. Het gaat te ver om die allemaal te bespreken. Daarvoor kun je beste het boek zelf aanschaffen. Ik haal er wat highlights uit. E-nummers kunnen zowel natuurlijk als synthetisch zijn. Het lichaam maakt geen verschil tussen de verschillende vormen.

Mensen houden van stevia omdat dit zo natuurlijk zou zijn. Stevia wordt echter vaak met andere zoetstoffen gecombineerd. Omdat steviolglycosiden erkend zijn als E-nummer E960 mogen ze niet gebruikt worden in biologische voeding. Additieven mogen in biologische voeding niet worden gebruikt, tenzij ze als uitzondering opgenomen zijn in de positieve lijst in bijlage bij de wetgeving. Voor E960 geldt dat niet.

Er is een discussie gaande over de veiligheid van azo-kleurstoffen omdat er een kleine kans bestaat dat deze groep kleurstoffen concentratiestoornissen en hyperactiviteit bij kinderen veroorzaakt. Dit verband kan nog niet met zekerheid worden bevestigd of ontkracht. Bij normaal gebruik van producten met deze kleurstoffen zullen er geen effecten te verwachten zijn bij mensen die geen overgevoeligheid hebben.

Ons lichaam maakt geen onderscheid tussen glutamaat (E621) dat aan producten is toegevoegd en de natuurlijke vorm van glutamaat, omdat het op dezelfde manier wordt verwerkt. Ik begrijp niet goed waarom glutamaat een aparte categorie is en niet is opgenomen bij de histamine-vrijmakers.

Hoewel E-nummers aan veel producten worden toegevoegd, is de daadwerkelijke hoeveelheid E-nummers die we als additief via onze voeding binnenkrijgen beperkt en veel minder dan de hoeveelheid die we als natuurlijke bestanddelen van de voeding binnenkrijgen. De kans is daarom niet zo groot dat daardoor klachten zullen ontstaan. Als je dagelijks meer dan 30 tot 60 gram polyolen inneemt kunnen maag- en darmklachten ontstaan. Wat in het boek ontbreekt is de conclusie dat histaminevrijmakers een allergische reactie kunnen veroorzaken.

Praktisch is het hoofdstuk waarin berekend wordt hoeveel liter frisdrank je kunt drinken voordat je boven de ADI uitkomt. Dat gaat om liters. Dat is dus niet de reden om frisdrank te laten staan. Mijn vraag is wel waarom je het jezelf zou aanwennen iets te drinken zonder zinnige voedingsstoffen. Ik geef de voorkeur aan water en thee (zonder suiker).

Ook handig zijn de lijsten van e-nummers die zijn toegestaan in biologische producten. Het verbaast me wel dat E621 ontbreekt. Volgens mij is dat dit jaar 2013 nog toe gestaan in biologische voeding. En lijsten met E-nummers van mogelijk dierlijke oorsprong zijn praktisch voor vegetariërs die deze willen vermijden.

Al met al is het een uitstekend boek voor mensen die de voorkeur geven aan feiten in plaats van hysterie.