dinsdag 20 mei 2014

Het Oerdieet

Vorige week las ik Het Oerdieet, een boek geschreven door Remko Kuipers. Remko is arts, apotheker en op de kaft van het boek staat vooral onderzoeker.

De eerste zin in het boek is 'In de biologie is niets vanzelfsprekend, tenzij het wordt bekeken vanuit de evolutie.' Dat vind ik ook de toegevoegde waarde van dit boek. Om eens te kijken vanuit een ander standpunt dan gebruikelijk.

De evolutie is de geleidelijke ontwikkeling van organismen onder invloed van de omgeving. Voor alles wat we in de natuur zien moet een reden zijn. Dit geldt ook voor de oorzaak van ziektes. In de afgelopen 10.000 jaar hebben de veranderingen met toenemende snelheid plaats gevonden. Dat is zo snel gegaan dat onze genen deze veranderingen niet bij hebben kunnen houden. Deze mismatch is de oorzaak van het optreden van welvaartsziekten.

Deels is dit waar. Maar er geldt ook dat de gemiddelde levensverwachting is toegenomen door een betere hygiëne. Tevens houden we door technologische ontwikkelingen mensen met een zwakkere gezondheid langer in leven. Deze kwetsbare mensen zullen eerder (welvaarts)ziektes ontwikkelen.

De conclusie van Remko is dat de kans op een optimale gezondheid het grootste is als er een goede match is tussen de voedselbehoefte (van onze genen) en het voedselaanbod (uit onze omgeving). Daar ben ik ook van overtuigd. Persoonlijk kan ik onvoldoende beoordelen wat er nu daadwerkelijk in de oertijd werd gegeten. De meningen daarover zijn nog al eens verdeeld. Zelf vind ik dat niet zo belangrijk. Ik vind belangrijker te weten wat we nu kunnen eten voor een optimale gezondheid.

Remko gebruikt het voedingspatroon dat we volgens hem in de 'oertijd' aten als uitgangspunt. Om de gezondheid van het theoretische oerdieet te testen verifieert  hij zijn bevindingen aan de hand van RCT's en meta-analyses. De evolutionaire hypotheses worden hierdoor ondersteund.

Als je voeding eet met zinvolle voedingsstoffen zul je eerder verzadigd zijn. Maar toch geldt bij elk voedingspatroon, dus ook bij het oerdieet, dat je gewicht toeneemt als je meer eet dan verbruikt. In dit boek wordt onterecht de suggestie gewekt dat dit bij het oerdieet anders zou zijn.

Sinds de landbouw-, de industriële en de fastfoodrevolutie hebben we in onze voeding zeven grote veranderingen aangebracht:
  • De samenstelling in macronutriënten (vetten, koolhydraten en eiwitten)
  • De vetzuursamenstelling
  • De glycemische belasting
  • Het gehalte van micronutriënten (vitamines en mineralen)
  • De zuur-base balans
  • De natrium-kalium verhouding
  • Gehalte aan vezels
Remko is er van overtuigd dat we gezien de evolutie veel omega 3 uit vis nodig hebben. We zouden twee- tot vijfmaal per week vette vis moeten eten. Als iedereen dat daadwerkelijk zou gaan doen zouden we al snel te weinig vis hebben. Hierbij botst de realiteit met het evolutionaire standpunt. Of niet? Dit geeft stof tot nadenken. Vanuit een evolutionair standpunt kunnen we niet eindeloos blijven groeien. De bronnen op de aarde zijn immers niet onuitputtelijk. Dat zie je niet alleen bij vis, maar ook bij andere voeding. De industrie springt hier nu op in door 'knutselproducten' te maken. Maar de vraag is of dit door ons lichaam wordt herkend als voeding. Ik denk van niet. Om op langere termijn iedereen van voeding (met voedingsstoffen) te kunnen voorzien zouden we met minder mensen op aarde moeten leven. Dit is een heel complex vraagstuk, want ondermeer in arme landen zorgen de kinderen voor het pensioen van hun ouders. Dus minder kinderen is voor hen geen reële keuze. Dit vergt hele ingewikkelde politieke keuzes van politici met visie en lef.

Het standpunt over anti-nutriënten (gluten, gliadines, lectines en saponines) in het kader van hormese vind ik interessant. Hormese is het biologische effect dat een stof die in hoge dosering schadelijk is, bij lage dosering juist positieve gezondheidseffecten kan hebben door prikkeling van het immuunsysteem.

In mijn visie eten we te veel zoet. Vanuit evolutionair oogpunt zouden we dat moeten verminderen. Het gebruik van zoetjes (als je niet zonder zoet kunt) met neotaam en lugdunaam wat Remko schrijft in zijn boek vind ik niet passen in een oerdieet. Ook de keuze voor cafeïnevrije thee en koffie vind ik opmerkelijk, want dat zijn meer knutselproducten dan de varianten met cafeïne.

In het oerdieet past dagelijks:
groente, fruit, vis/gevogelte/wild, noten/zaden, eieren verrijkt met omega 3, thee/koffie cafeïnevrij, rode wijn , olijf-. lijnzaad en kokosolie, zwarte chocolade.

In het oerdieet past wekelijks/met mate:
peulvruchten, granen zonder gluten, zetmeelrijke knollen, rood vlees, volkoren granen, eieren, kaas, gefermenteerde zuivel, wijn, bier, roomboter, pure chocolade.

In het oerdieet past maandelijks/niet zo goed:
suiker, gebak, bewerkt rood vlees, geraffineerde granen, zout, frisdrank, melk, sterke drank, omega 6 rijke olie, snoep.

Voor een goede gezondheid is het belangrijk om slank, gespierd en sportief te blijven, net als onze voorouders. Slank blijf je voornamelijk door de juiste voeding. Tevens zijn vitamine D en weinig stress essentieel voor een goede gezondheid.

Het is een boeiend boek om te lezen. Het is goed leesbaar, maar omdat de informatiedichtheid hoog is, lees je het niet eenvoudig in een ruk uit. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting in de vorm van speerpunten. Dat is handig. Het laatste deel van het boek bevat recepten die je kunt gebruiken als je wil gaan eten volgens het oerdieet.

P.S.
In het verder interessante boek staan nu nog een paar fouten:
Fructose heeft relatief een lage glycemische index (en geen hoge zoals Remko schrijft).

In magarine en halvarine zit nauwelijks meer transvet. Dat is geen reden om het niet te eten. In een volgende druk zal Remko dit aanpassen. Ook denkt hij na over wat hij over zoetjes zal schrijven. Het geeft mij veel vertrouwen dat iemand die een boek schrijft, reageert op feedback en daar iets mee doet.  Gelukkig dat Remko wel de juiste informatie wil verstrekken. Daar hebben mensen iets aan!

Zuivel is niet zuurvormend, maar basisch. Remko gaat dat nog nader bekijken en komt er op terug.
Dat kokosvet gezond zou zijn vanwege het laurinezuur is nog onvoldoende onderbouwd.