maandag 5 mei 2014

Moet je bang zijn voor gif op groenten en fruit?

Vorig week was er aandacht voor gif op groenten en fruit in Amerika. Een appel zou het meest vervuilde fruit zijn. In de media doen dit soort berichten het altijd goed.

Vandaag een bericht dat de situatie in Nederland anders is. Ongeveer 99 procent van het fruit en groente voldoet aan de wettelijke eisen voor resten van landbouwgif. In de enkele gevallen waarbij resten worden aangetroffen is de hoeveelheid zo laag dat de effecten op de gezondheid bijna altijd verwaarloosbaar zijn. Bij de ruim achtduizend monsters die de NVWA tussen juli 2011 en juni 2013 nam, werd in slechts 62 gevallen de gezondheidsnorm overschreden. De norm is echter zo streng dat er alleen een risico is bij het eten van een uitzonderlijk grote portie.

Hoe werkt het nu precies? De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA)  controleert groente en fruit op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen.  Er wordt voornamelijk gekeken of het maximaal toegestane residu limiet (MRL) wordt overschreden. Dat wordt vastgesteld door middel van steekproeven. Een overschrijding van de wettelijke norm betekent niet automatisch dat er een gezondheidsnorm wordt overschreden. 

Eerst maar eens even terug naar hoe de MRL wordt vastgesteld. De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) of tolereerbare dagelijkse inname ( TDI) voor een stof is bepalend voor de maximale hoeveelheid die uiteindelijk in een bepaald product voor mag komen. Deze maximale hoeveelheid wordt de MRL genoemd: de Maximale Residu Limiet. In de MRL zit een grote veiligheidsmarge (bijvoorbeeld een factor 10 of 100).

De wettelijke norm voor bestrijdingsmiddelen in plantaardige producten is dus vaak veel lager dan de hoeveelheid die nog veilig zou zijn voor de gezondheid. Bij het vaststellen van de wettelijke norm wordt namelijk ook rekening gehouden met de regels voor ‘Good Agriculturing Practice (GAP)’. De boer mag niet meer van een middel gebruiken dan strikt noodzakelijk is. Zo worden mens en milieu zo min mogelijk belast. De kans is dus erg klein dat door bestrijdingsmiddelen onze gezondheid wordt aangetast. Het risico van de eventuele bestrijdingsmiddelen weegt niet op tegen het gezondheidsvoordeel van het eten van groente en fruit.

Toch nog even terug naar de steekproeven. Van groot belang is hoe de steekproef wordt genomen. In een partij kan bijvoorbeeld 1 peer te veel bestrijdingsmiddelen hebben en de rest (bijvoorbeeld 999) geen. Als je juist die ene peer treft zou je de partij dus afkeuren. Ook is het van belang wat het verschil is tussen de peer met de minste en meeste bestrijdingsmiddelen. Hoe is deze verdeling  bij de steekproeven? En hoe groot is dan de steekproefgrootte, want deze moet wel correleren met de verwachte spreiding binnen een partij.  Dit is heel erg ingewikkeld en ik betwijfel dan ook of hier allemaal rekening mee wordt gehouden. Als dat niet zo is, dan is de vraag of de conclusies van de steekproeven wel juist zijn. Als dat niet zo is, heb je eigenlijk niet zo veel aan de meetgegevens. De database is te klein om significante uitspraken op detailniveau te doen.  

Hoewel ik zelf niet zo veel moeite heb met de zeer geringe hoeveelheid bestrijdingsmiddelen, heb ik er begrip voor als mensen hierin andere keuzes maken.  Ons groente en fruit (vooral uit Nederland) bevatten weinig bestrijdingsmiddelen, zodat de MRL zelden wordt overschreden. Dit betekent in grote lijnen dat ons groente en fruit in Nederland dus schoon is. Als je het belangrijk vindt (nog) minder bestrijdingsmiddelen binnen te krijgen kun je kiezen voor biologische groente en fruit. Daarbij worden weinig (maar niet geen) bestrijdingsmiddelen gebruikt.