dinsdag 7 april 2015

Voedselveiligheid, wat weten we daar nu eigenlijk over?

Vandaag is het wereldgezondheidsdag. Het thema is dit jaar voedselveiligheid. Een belangrijk onderwerp, maar weten we er ook voldoende van af? Nee!

De veiligheid van ons voedsel is van groot belang. Regelmatig horen we over voedselschandalen. Vlees bevat te veel hormonen, melk bevat dioxines, op groente en fruit zit te veel bestrijdingsmiddelen. Als consument lijkt nu of  er geen gezond voedsel meer bestaat. Toch heeft de consument geen goed inzicht in de daadwerkelijke omvang van het probleem.

We worden steeds vaker bang gemaakt over voeding.  Door zomaar producten weg te laten uit je voeding vergroot je het risico op onvolwaardige voeding en kunnen tekorten ontstaan. Nog geen 5% van de Nederlanders haalt de aanbeveling van 250 gram groente en twee stuks fruit. Het is voor je gezondheid belangrijker om te zorgen dat je minimaal deze aanbeveling haalt in plaats van je zorgen te maken over bestrijdingsmiddelen.

Mensen worden ziek door:
1. Een ongezond voedingspatroon;
2. voedselinfecties;
3. chemische verontreinigingen, zoals restanten van bestrijdingsmiddelen of
    dioxine.

Chemische verontreinigingen staan pas op de derde plaats! Het is daarom van groter belang om gezond  (gevarieerd !) te eten en in je keuken hygiënisch te werken.

Uitgangspunt bij toxicologie (gifstoffenleer) is dat er niet zozeer giftige en niet-giftige stoffen bestaan, maar dat de dosis bepaalt of een stof giftig is. Voor een mens wordt die meestal bepaald door de hoogste dosis die net niet schadelijk is te nemen en die door honderd te delen. Met andere woorden: als je honderd keer zoveel binnen zou krijgen, moet het nog niet schadelijk zijn.

Bij risico’s kun je een onderscheid maken tussen risico’s die voor iedereen gelden en risico’s die slecht voor bepaalde groepen gelden. Op internet worden deze risico’s ten onrechte met elkaar vermengd. Hierdoor gaan mensen onnodig allerlei voeding(sstoffen) uit hun voeding weglaten. Het idee is dan dat mensen denken dat ze gezonder eten. Dit is echter meestal niet zo. Door allerlei voeding weg te laten verminder je de variatie en kunnen tekorten ontstaan die niet nodig zijn.

Stoffen waar iedereen rekening mee moet houden zijn stoffen die:
• bedoeld;
• onbedoeld in je voeding zijn gekomen.

Bedoeld zijn stoffen om het voedsel langer houdbaar te maken of de smaak of het uiterlijk te verbeteren. Deze stoffen worden additieven genoemd.  Stoffen die additief zijn toegelaten hebben een E-nummer. E-nummers zijn uitgebreid getest en daarna pas toegelaten. Ze zijn door de wetgever als veilig bestempeld. Omdat we steeds meer bewerkte voeding eten krijgen we wel steeds meer E-nummers binnen. Ze lijken niet gevaarlijk maar we de uitwerking niet precies als we ze in grote hoeveelheden eten. Mede daarom is het verstandig voeding te kiezen die onbewerkt is en waaraan geen of weinig onnodige stoffen zijn toegevoegd. Dat betekent niet dat je meteen moet vrezen voor je gezondheid als je wat E-nummers binnen krijgt. Ook hier geldt weer voor dat het voor je gezondheid om de balans gaat.

Contaminanten zijn stoffen die onbedoeld in het voedsel terecht komen. Denk hierbij aan zware metalen, antibiotica en resten van bestrijdings- en schoonmaakmiddelen. Daarnaast kan voedsel verontreinigd zijn met micro-organismen. Bovendien zijn er schadelijke stoffen die van nature in voedsel aanwezig zijn. Of iets al dan niet veilig is heeft altijd mede te maken met de hoeveelheid van een stof. Met water is niets mis, maar als je op een dag bijvoorbeeld 12 liter water drinkt is dat ook gevaarlijk.

Daarnaast zijn er nog bijzondere risico’s die voor een bepaalde groep gelden. Sommige mensen zijn allergisch of intolerant voor bepaalde stoffen in voedsel. Dit zijn individuele reacties. Er is dan ook geen reden om die stoffen in het algemeen af te raden.  Dit geldt ook voor de stof E621 (andere namen hiervoor zijn: ve-tsin, MSG en natriumglutamaat).

Naar schatting is 2-3% van de volwassenen overgevoelig voor bepaalde voedingsmiddelen en 3-7% van de kinderen. 12% van de mensen geeft echter aan overgevoelig te zijn.

Het is dus belangrijk om drie dingen uit elkaar te houden:
• Toxiciteit (bedorven melk waar iedereen ziek van zou worden);
• Allergie (immuunreactie, bijvoorbeeld door de eiwitten uit koemelk);
• Intolerantie (bijvoorbeeld onvermogen om lactose te verteren).