vrijdag 5 augustus 2016

Minerale oliën: wat is precies het probleem?

In 2012 publiceerde de EFSA dat er mogelijk problemen zouden zijn met minerale oliën  in onze voeding. De publicatie gaf een overzicht van de wetenschappelijke literatuur over minerale oliën in voedingsmiddelen en de mogelijke risico’s voor de gezondheid. Er wordt geadviseerd meer onderzoek te doen. Iedereen is het er over eens dat minerale oliën beter niet in voeding kunnen zitten. Maar op dit moment is onduidelijk of de hoeveelheid die we consumeren daadwerkelijk schadelijk is voor onze gezondheid.

Voedselveiligheid is een lastig onderwerp voor consumenten. Consumenten verwachten een risico van 0 %. Maar 0% bestaat niet. En om het nog lastiger te maken. Het risico is mede afhankelijk van de hoeveelheid stof die je binnen krijgt. Water is niets mis mee, maar als je 6 liter water binnen 3 uur drinkt is dat dodelijk. En toch kun je niet zeggen dat water daarom gevaarlijk is. Verder lijkt het of risico’s toenemen. Dat is echter maar de vraag. Dat lijkt ook zo omdat we steeds meer weten en meten.

Minerale olie is een verzamelnaam voor wel meer dan 40 tot 50 verschillende stoffen. De twee waar nu op gefocust wordt zijn: MOSH en MOAH, waarvan volgens de EFSA MOAH het grootste gezondheidsrisico geeft.

De afkortingen betekenen:
  • Mineral Oil Aromatic Hydrocarbons (MOAH): mogelijk kankerverwekkend en hormoonverstorend
  • Mineral Oil Saturated Hydrocarbons MOSH): kunnen ophopen in organen als lymfeklieren, milt en lever en zouden die mogelijk kunnen beschadigen.
      Minerale oliën lossen beter op in olie dan in water. Daarom kan de olie zich verplaatsen van het karton naar de voeding.

Er is (nog) geen (internationaal) erkende en gevalideerde detectiemethode voor MOAH en MOSH: een en hetzelfde monster kan bij verschillende testen een verschillend resultaat geven. Dat is (in de wereld van voedselveiligheid\0 ongewenst. Je wilt niet dat een methode stelt het is oké, terwijl een andere methode stelt dat het niet goed is. Het kan dan zo zijn dat een goedgekeurde partij achteraf niet goed blijkt te zijn. En dat een goede partijen onterecht afgekeurd werd.

Daarnaast moeten die methoden ook afdoende nauwkeurig zijn en dus ook goede resultaten geven als het gaat om het aantonen van zeer lage gehaltes. Dit is vaak bijzonder moeilijk, zoals ook te lezen is in brief vanSchippers aan de Kamer (zie antwoord op vraag 2).

Mede daarom weten we op dit moment in Nederland niet hoe groot de daadwerkelijke blootstelling aan minerale oliën is en dus ook niet of  er wel sprake is van gezondheidsrisico’s door blootstelling via voeding. Dat zal dus in kaart gebracht moeten gaan worden. Het RIVM moet dan niet alleen kijken naar de minerale oliën in voeding maar ook andere bronnen zoals het lezen van kranten en cosmetica. Ook zullen de risico’s van alternatieven goed in kaart moeten worden gebracht om te voorkomen dat alternatieven juist meer in plaats van minder risico opleveren.

Eerder werd voeding (zeker op de markt) verpakt in kranten. Daarbij was de blootstelling  aan minerale oliën waarschijnlijk veel hoger dan de huidige blootstelling. Voor zover we nu weten worden we blootgesteld aan minerale oliën in onze voeding door:
  • het gebruik van verpakkingsmateriaal dat gemaakt wordt uit hergebruikt karton (in de directe verpakking van voeding en de omdozen)
  • het gebruik van bepaalde soort inkt op de verpakking
  • ook kunnen minerale oliën via allerlei andere bronnen in onze voeding terecht komen, bij oogsten, bij productie door gebruik van smeermiddelen, via additieven die minerale oliën bevatten
  • mogelijk zijn er nog andere besmettingsroutes die nu nog niet bekend zijn.
Er zijn meerdere mogelijke alternatieven die onderzocht worden. Voedselveiligheid gaat boven duurzaamheid maar nu is nog onvoldoende bekend wat veilig is. Je kunt de inkt uit het oude papier en karton wassen voordat je het gaat hergebruiken. Ook zou je kunnen kiezen om geen hergebruikt karton te gebruiken, maar dat heeft aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Als dat nodig is voor de gezondheid dan moet je die stap maken. Maar daarvoor is nodig dat eerst duidelijker is wat de risico’s van gerecycleerd papier nu zijn.

Een andere mogelijke oplossing zou kunnen zijn om gebruik te maken van functionele barrièrelagen. Maar daar moet dan wel zeker van zijn dat het totale risico daardoor niet vergroot in plaats van vermindert. Tevens leidt dit weer tot meer oud papier en karton dat zonder extra bewerkingsstappen niet meer kan worden gebruikt in de oud papier keten. In mijn ogen is duurzaamheid een belangrijk aspect van een gezonde leefomgeving.

Inmiddels wordt in de industrie zo goed als alleen nog maar low migration inkt gebruikt. Dat bevat voor zover uit onderzoek blijkt geen minerale oliën.

Dit onderwerp leert ons weer hoe belangrijk variatie is. Dus niet alleen om alle voedingsstoffen binnen te krijgen maar ook om risico te spreiden voor mogelijke gezondheidsgevaren waar we ons wellicht niet eens bewust van zijn, nu en in de toekomst.

PS
voor het schrijven van dit stuk heb ik met meerdere inhoudsdeskundigen (waaronder een hoogleraar toxicologie in Wageningen) samengewerkt.

Update 21 april 2017
6 april schrijft Foodwatch op haar Facebookpagina: 'De NVWA belooft meer openheid. Een groter deel van hun risicobeoordelingen wordt openbaar. Dat is een stapje vooruit. Over de keuzes rond besmette kaaswafels zijn we minder te spreken. Waarom is de consument die de kaaswafels met extreem hoge gehalte minerale oliën heeft gekocht, niet gewaarschuwd?'

Als je alleen dit leest zou je denken dat Foodwatch iets opmerkt dat belangrijk is. Maar Carlo Kool checkte de feiten en concludeerde dat er geen gevaar is. Carlo reageerde op Facebook: 'Ik zou zeggen, je vindt het antwoord op de website van de NVWA waar jullie in jullie artikel naar verwijzen: 

"Naar aanleiding van een melding over minerale oliën in kaaskoekjes heeft de NVWA een risicobeoordeling gevraagd aan het Frontoffice Voedsel- en Productveiligheid RIVM-RIKILT over mogelijke risico’s door consumptie van de kaaskoekjes. Minerale oliën vormen een groep stoffen die op verschillende manieren in ons voedsel terecht kan komen. Bijvoorbeeld via (recyclebare) verpakkingen en via de drukinkt van verpakkingen. Ook via additieven en proceshulpstoffen (paraffine) en smeermiddelen (tijdens het productieproces) of via het milieu. Er zijn twee groepen van minerale oliën: zogenaamde MOSH en MOAH. Deze bestaan beide uit veel individuele stoffen. Bepaalde minerale oliën (individuele stoffen) kunnen een risico vormen voor de volksgezondheid bij langdurige hoge consumptie.

In december 2016 ontdekte een supermarkt dat er hoge gehaltes MOSH en MOAH zaten in twee soorten kaaskoekjes van het huismerk. De supermarkt heeft dit gemeld aan de producent, die dit op zijn beurt heeft gemeld aan de NVWA. Het bedrijf heeft de koekjes uit voorzorg uit de productie genomen en de voorraden geblokkeerd.

De NVWA heeft op grond van verkregen informatie van de producent een risicobeoordeling laten opstellen bij de Frontoffice Voedsel- en Productveiligheid RIVM-RIKILT. De NVWA heeft het bedrijf opdracht gegeven ervoor te zorgen dat de desbetreffende producten niet meer verhandeld worden. Ook heeft de NVWA haar Europese zusterorganisaties geïnformeerd via het Europese meldsysteem.

De conclusies van deze risicobeoordeling zijn dat het consumeren van grote hoeveelheden van deze kaaskoekjes niet direct een risico vormt voor de gezondheid. Echter bij langdurige consumptie van grote hoeveelheden van desbetreffende kaaskoekjes kunnen gezondheidsrisico’s niet worden uitgesloten."

Fijn te lezen dat er zo adequaat en goed gehandeld is. Complimenten voor onder andere de NVWA en andere betrokken partijen.

en

De conclusie is dat de kaaskoekjes *niet* direct een risico vormt voor de gezondheid. Echter bij langdurige consumptie van grote hoeveelheden kunnen gezondheidsrisico's niet uitgesloten. Het langdurig eten van grote hoeveelheden kaaskoekjes is trouwens sowieso ongezond of er nu wel of geen MOSH of MOAH inzitten. Toch?