“Om te weten of je te zwaar bent, moet je gewoon je BMI berekenen.” Deze uitspraak, of een variant hiervan, hoor en lees je vaak als het gaat om afvallen en gezond gewicht maar klopt dit wel? Hoe betrouwbaar is BMI en hoe kan je het berekenen?

Wat is BMI of de queteletindex?

BMI is de afkorting van “Body Mass Index”. Het getal weerspiegelt een verhouding tussen de lengte en het gewicht van een persoon.
De Body Mass Index werd bedacht door een Belg, de Gentenaar Adolphe Quetelet (1796-1874). Aan hem dankt de index ook zijn naam, de queteletindex.
BMI berekenen is een erg populaire methode om te achterhalen of iemand een gewichtsprobleem heeft. De BMI-waarde duidt aan of iemand een normaal gewicht, overgewicht of net ondergewicht heeft. Zijn populariteit dankt de queteletindex waarschijnlijk aan tal van factoren, onder meer:

  • Iedereen kan heel eenvoudig zelf zijn of haar BMI berekenen
  • Het is een betere waardemeter dan de weegschaal omdat de Body Mass Index ook rekening houdt met de lichaamslengte van de persoon
  • Verschillende gezondheidsinstanties, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie, gebruiken de index

Hoe kan je BMI berekenen?

Hoe moet je nu precies jouw BMI berekenen?
De formule voor het berekenen van je BMI is je gewicht (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van je lengte (in meter).
Als we een voorbeeld nemen van een persoon van 1m75 en 83kg betekent dit: 83/1,75² = 83/(1,75 X 1,75) = 83/3,0625 = 27,1

Deze persoon heeft een BMI van 27,1.

Hoe de BMI-waarde interpreteren?

Nu we weten hoe we de BMI-waarde kunnen berekenen moeten we deze ook nog kunnen interpreteren. Voor volwassenen werd onderstaande schaal ontwikkeld, er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen.

  • < 18,5 : Ondergewicht
  • 18,5 – 24,9 : Gezond gewicht
  • 25 – 29,9 : Overgewicht
  • >= 30 : Ernstig overgewicht (obesitas)

Personen met een BMI tussen 18,5 en 25 hebben een gezond gewicht, de persoon in ons voorbeeld heeft licht overgewicht.
De obesitas categorie wordt doorgaans nog verder onderverdeeld in onderstaande categorieën:

  • 30 – 39, 9 : Obesitas
  • 40 – 49,9 : Morbide obesitas
  • 50 – 59,9 : Super obesitas
  • >= 60 : Super super obesitas

Voor kinderen, van 6 tot en met 16 jaar bestaat er een specifieke schaal per leeftijdsjaar. Hier wordt wel onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes.

Overgewicht en obesitas

Mensen zijn vaak bezorgd over hun gewicht omwille van het esthetische aspect, te dik vindt men meestal minder mooi. Het echte probleem van overgewicht zijn echter een waslijst aan gezondheidsrisico’s. Personen die aan obesitas lijden hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van allerlei levensbedreigende aandoeningen. Enkele belangrijke gezondheidsproblemen die aan overgewicht kunnen worden gelinkt zijn: hart- en vaatziekten, hoge bloedruk, suikerziekte, gewrichtsklachten, leververvetting, verhoogde cholesterol, verhoogd risico op kanker, psychologische klachten (depressie, een laag zelfbeeld, …)


Hoewel verre van volledig toont deze opsomming duidelijk de levensgevaarlijke risico’s van obesitas aan. Daarenboven neemt wereldwijd het probleem hand over hand toe, in die mate zelfs dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt over een epidemie! Het probleem van obesitas neemt bovendien bij zowel volwassenen als kinderen toe en dit zowel in ontwikkelde als ontwikkelingslanden.


In de westerse wereld zorgt alleen roken voor meer vroegtijdige (te voorkomen) overlijdens!
Overgewicht en obesitas worden veroorzaakt door een overdreven vetophoping in het lichaam. Verschillende oorzaken kunnen aan de basis van de chronische ziekte liggen. De belangrijkste zijn ongezonde eetgewoonten, te weinig lichaamsbeweging en slaaptekort. Vaak is er ook sprake van een combinatie van factoren. Hoewel obesitas voor een deel erfelijk bepaald kan zijn is dit meestal niet de oorzaak van zwaarlijvigheid.

BMI als graadmeter voor gewichtsproblemen

Zoals hierboven reeds aangehaald is de queteletindex of Body Mass Index een vaak gebruikt instrument bij het beoordelen van gewichtsproblemen en dit zowel bij kinderen als volwassen. Op basis van de BMI-waarde wordt het gezondheidsrisico ingeschat en, indien nodig, de behandeling bepaald.
Laat ons een nieuw voorbeeld nemen:
Joris en Pieter, beiden 27 jaar oud, werken voor hetzelfde bedrijf en zitten daar 8 uur per dag achter hun laptop. Ze worden door de medische dienst van hun werkgever gevraagd om een medische vragenlijst in te vullen waarop ze o.a. hun lengte en gewicht moeten meedelen.
Joris is 1m82 groot en weegt 102,5 kg, Pieter is 1m76 groot en weegt 75 kg.


Gaan we nu de BMI berekenen komen we tot volgende resultaten:
Joris heeft een BMI van 30,9.
Pieter heeft een BMI van 24,2.


Op basis van de BMI-waarde kunnen we besluiten dat Joris aan obesitas lijdt. Hij ontvangt een brief van de arbeidsgeneesheer waarin hem wordt gevraagd een afspraak te maken om het probleem te bespreken zodat nadien kan gestart worden met een behandeling en opvolging van de resultaten.
Pieter, die volgens de BMI berekening een gezond gewicht heeft, krijgt eveneens een brief met daarin de mededeling dat alles prima in orde is, houden zo!
Wat de data in de medische vragenlijst echter niet aantoont is dat Joris een bijzonder actieve, fitte bodybuilder is met een vetpercentage van 6,8%. Elke dag legt hij de 37 kilometer van en naar zijn werk af met de fiets. Zoals elke bodybuilder volgt hij elke dag bijzonder strikt zijn trainings- en voedingsplan. Joris is in blakende gezondheid en heeft zeker geen probleem met overgewicht, laat staan obesitas. Lachend gooit hij de brief in de prullenmand.


Pieter kan je best omschrijven als een couch potato, hij woont op 4 kilometer van zijn werk maar neemt daar elke dag de wagen voor. Wanneer hij thuiskomt ploft hij in de zetel voor de tv met wat junkfood die hij in zijn koelkast vond of die hij van bij de frituur of afhaal chinees om de hoek meebracht.
Zijn enige lichaamsbeweging bestaat erin om af en toe zijn brievenbus leeg te maken. Hij gooit zijn brief ook lachend en voldaan in de prullenmand.
Het voorbeeld toont dat er ernstige tekortkomingen zijn aan de BMI-waarde.

Vetpercentage

Voor sommige mensen zal de BMI-waarde een behoorlijk goede indicatie geven van hun gewichtstoestand. Maar lang niet iedereen zal een juiste diagnose krijgen na een BMI berkening. Het voorbeeld van Joris en Pieter legt één van de belangrijkste tekortkomingen van de Body Mass Index bloot: de index houdt geen rekening met het vetpercentage. Nochtans hebben we overgewicht en obesitas eerder gedefinieerd als een ziekte die veroorzaakt wordt door een overdreven vetophoping in het lichaam. Het is ook het teveel aan lichaamsvet die in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de gezondheidskwalen die obesitas met zich meebrengt.
Wat zijn nu gezonde vetpercentages en hoeveel is te veel of te weinig?


Het vetpercentage bij vrouwen ligt gemiddeld genomen 5% hoger dan bij mannen, ook iets waar de Body Mass Index geen rekening mee houdt. Voor vrouwen kunnen we dan stellen dat een gezond vetpercentage tussen 10% en 25% ligt. Voor mannen gaat dit van 5% tot 20%.
Een extreem laag vetpercentage is ook niet gezond! Je lichaam heeft vetten nodig om zijn normale taken te kunnen uitvoeren. Deze vetten worden onder meer gebruikt voor energieopslag, bescherming van interne organen en isolatie om warmteverlies tegen te gaan. Bij mannen ligt het essentiële vetpercentage rond 2 à 3%, bij vrouwen rond 7 à 8%.

Om gezondheidsrisico’s en eventuele gewichtsproblemen op te sporen is je vetpercentage (laten) meten dus veel nuttiger en correcter dan je BMI berekenen.
Het nadeel van een vetpercentage meting is echter dat ze veel moeilijker correct uit te voeren is dan het berekenen van je BMI. De metingen die je zelf gemakkelijk kan uitvoeren, bv d.m.v. een weegschaal, zijn vaak onbetrouwbaar. Hydrostatisch wegen of een dexa-scan zijn wel betrouwbaar maar ook bijzonder duur. Je vetpercentage meten via een huidplooimeting is de meest praktische manier die ook betaalbaar is. Belangrijke voorwaarde is wel dat de meting uitgevoerd wordt door een goed getraind persoon en liefst elke keer dezelfde.
Niet alleen het vetpercentage zelf is van belang, ook de plaats waar het vet zich in het lichaam bevindt. Onderhuids vet is esthetisch waarschijnlijk niet erg geliefd maar is wel veel minder schadelijk dan het vet dat zich rond je organen en in je buik ophoopt. Je zou kunnen zeggen dat dikke billen minder ongezond zijn dan een dikke buik! Met een meetlint je buikomtrek meten is dan ook een nuttige meting en eentje die je perfect zelf kan uitvoeren. Voor wie geen toegang heeft tot een betrouwbare vetpercentage meting vormt dit een goed alternatief.

Tips voor een gezond gewicht

Tot slot nog enkele tips om je gewicht onder controle te krijgen en te houden.

  1. De weegschaal is een nuttig instrument maar met het getal alleen vertelt je zeer weinig. Gebruik het in combinatie met een vetpercentage meting en bereken je vetvrije massa. Je wil namelijk niet zomaar gewicht verliezen, je wil vet verliezen en je spiermassa behouden!
  2. Weeg je niet elke dag! Kies een wekelijks vast weegmoment en weeg je steeds onder dezelfde omstandigheden, bijvoorbeeld elke zaterdagmorgen, onmiddellijk na het ontwaken en naakt.
  3. Beweeg! Elk lichaam heeft beweging nodig de voordelen zijn legio en alleen om een gezond gewicht te bereiken of te behouden. Cardio (wandelen, fietsen, lopen, …) helpt je om meer calorieën te verbranden. Spierversterkende oefeningen (krachttraining) helpen je om je spiermassa op peil te houden.
  4. Eet voldoende! Een crashdieet zal er vooral voor zorgen dat je dehydrateert en spiermassa verliest. Je kan ook je maaltijden spreiden zodat je 5 tot 6 eetmomenten per dag hebt.
  5. Eet vooral gezonde dingen maar overdrijf niet, beloon jezelf af en toe! Deze beloningen motiveren je om door te gaan en helpen je ook volhouden. Onthoud : het is een marathon, geen sprint!
  6. Schrap het woord “dieet” definitief uit je interne woordenboek. Bij dieet denken de meeste mensen aan een tijdelijke – al dan niet – drastische reductie van hun calorie inname. Je zal je gezonde levensgewoonten moeten behouden voor de rest van je leven, ook nadat je het doel hebt bereikt. Maak er een levensstijl van en geen tijdelijk dieet.